Avo Kaprealian en Hello Psychaleppo over vluchten voor de Syrische oorlog en kunst maken in een nieuw thuisland

Door Timo Koren op

‘Als groepen kunstenaars met verschillende achtergronden samenwerken, kunnen ze zich veel effectiever verzetten tegen de vuile politiek van vandaag de dag,’ zegt de Armeens-Syrische filmmaker Avo Kaprealian. Zijn film Houses Without Doors (2016) wordt morgen in EYE vertoond, met soundtrack van de Syrische Samer Saem Eldahr, beter bekend als Hello Psychaleppo. Allebei zijn ze onderdeel van een netwerk kunstenaars uit het Midden-Oosten die vaak niet meer in hun thuisland wonen, maar elkaar wel via Facebook vinden en zo discipline-overstijgende samenwerkingen aangaan.

Kaprealian en Saem Eldahr groeiden op in dezelfde stad, Aleppo, en gingen daar allebei naar de kunstacademie. ‘Daardoor begrijpen we elkaar door en door, creatief gezien,’ zegt Saem Eldahr, ‘je komt dat soort mensen niet vaak tegen. We komen van dezelfde plek, we delen herinneringen, dat maakt samenwerken op persoonlijk vlak heel bijzonder. Daarnaast weet ik heel goed hoe Avo denkt over beeld. Hij zit in Beiroet, terwijl ik in Minneapolis woon. Maar als ik delen van de soundtrack van Houses Without Doors naar hem mailde of we via Skype over het project praatten, hadden we aan weinig woorden genoeg.’

Want hoewel ze samen opgroeiden, scheidden hun wegen daarna. Toen de oorlog in Syrië begon in 2011, had Saem Eldahr al plannen om enige tijd in Beiroet te gaan wonen. ‘Ik vertrok in 2012, je hoorde al veel explosies en geweerschoten, er waren al kidnappings aan de gang – maar pas later werd het echt erg. Toen ik wegging wist ik nog niet dat ik niet meer terug zou kunnen komen.’ In Libanon ontmoette hij zijn Amerikaanse vriendin, hij besloot naar de Verenigde Staten te verhuizen en vroeg een verblijfsvergunning aan. Kaprealian bleef juist veel langer in Syrië en begon het alledaagse leven van een land in oorlog vast te leggen: het eindeloze binnen zitten, de constante nervositeit, de angst om naar de buiten te gaan, de explosies op de hoek van de straat.

Het filmen van een land in oorlog

‘Ik begon met filmen van wat in Aleppo meemaakte, maar had helemaal niet de intentie om een film te maken. Het was intuïtief: ik kijk graag door een cameralens om te kijken wat er gebeurt. Omdat ik geloof dat een camera kan vangen wat aan het blote oog ontglipt: de tijd, de manier waarop dingen veranderen.’ Kaprealian vervolgt: ‘Uiteindelijk filmde ik huizen met verschillende camera’s: een professionele Nikon, een kleine digitale, die van mijn telefoon. Vaak waren de lenzen beschadigd, maar dat is voor de film juist belangrijk. Daardoor je zit je dicht op de huid van de mensen, krijg je het gevoel dat je erbij bent. Dat er elk moment iets kan gebeuren: je kunt doodgaan, vluchten, in de gevangenis belanden, zonder eten en drinken komen te zitten…’

In het afgelopen decennium worden misstanden steeds vaker vastgelegd op beeld: van drones van het Amerikaanse leger die burgers in Irak doodschieten tot de Afro-Amerikaanse Eric Garner die op straat sigaretten verkocht en door een aantal agenten werd gewurgd. Het is onmogelijk om Houses Without Doors niet in het licht van die ontwikkeling te zien. ‘Ik denk heel vaak: het alleen laten zien is niet genoeg. In mijn film lever ik er ook commentaar op. Het gaat ook over kijken. We leven in een tijd waarin we constant naar beeldschermen kijken en die laat ik ook in mijn film zien. De eindeloze stroom aan televisienieuws, bijvoorbeeld.’

Geregeld hoor je iemand in Houses Without Doors zeggen: leg die camera weg, stop met filmen. ‘Het was altijd al een risico om in Syrië te filmen, censuur was er al voor 2011,’ zegt Kaprealian. ‘Voor kunstenaars is het altijd al een uitdaging geweest om plekken te vinden waar je jezelf in alle vrijheid kan uitdrukken. Maar er was ook iets anders aan de hand: als mijn familie zei dat ik moest stoppen met filmen, dan was dat omdat ze wisten dat het Syrische regime geen genade zou hebben. Het zou ons allemaal kunnen schaden. Het is de grote paradox die je merkt bij de oudere generatie in het Midden-Oosten: ze weten dat het systeem wreed en gevaarlijk is, maar ze kunnen zich geen ander regeringsmodel voorstellen. Wij als jongeren hebben nu hetzelfde gevoel van verslagenheid als de oudere generatie. We hebben de oorlogen in Irak, Syrië en Jemen meegemaakt en zijn erachter gekomen dat we niks kunnen beginnen tegen de oorlogsmachine. Behalve films maken, dan.’

Vogels

Het politieke commentaar van Avo Kaprealian is rauw, bitter en gepassioneerd, dat van Samer Saem Eldahr ligt minder aan de oppervlakte. Als Hello Psychaleppo grasduint hij in traditionele Arabische genres als Taleb, om vervolgens die patronen elektronisch te bewerken (‘Ik vraag me af: hoe kan ik met een synthesizer de frasering van een traditioneel instrument nabootsen’). ‘Mijn eerste albums waren erg dansbaar, met een tempo van 140 bpm, richting jungle en dubstep. Maar nu woon ik een buitenwijk, met veel groen, erg vredig. In mijn nieuwe muziek hoor je daarom een gevoel van warmte. Het thema is vogels: alle teksten die gebruik, van oude soefi-dichters bijvoorbeeld, gaan over vogels. Die hebben de vrijheid te gaan waar ze willen, hebben geen last van grenzen. Dat idee, dat van vrijheid van beweging, daar ben ik erg mee bezig nu.’

Hij raakt daarmee aan een paradox die centraal staat in de 21e eeuw. Enerzijds doen grenzen er steeds minder toe. Dat zie je ook aan de samenwerkingen die kunstenaars uit het Midden-Oosten aangaan. Ze wonen over de hele wereld verspreid en vinden elkaar via Facebook en Skype. In de woorden van Saem Eldahr: ‘Als ik technische hulp nodig heb of kan geven, weten we elkaar te vinden.’ Tegelijkertijd wordt het grensbeleid van westerse landen steeds strikter. Er worden steeds meer eisen aan niet-westerse migranten gesteld. De door Trump voorgestelde ‘travel ban’ voor mensen uit bepaalde moslimlanden (waaronder Syrië) is een voorlopig dieptepunt: zo zouden bijvoorbeeld Syrische Amerikanen na bezoek elders, niet meer terug kunnen keren naar de VS.

Samer Saem Eldahr ondervindt het aan den lijve: ‘Als ik naar Amsterdam wil, is het een enorm proces. Omdat ik getrouwd ben heb ik een Green Card, een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, wat een groot privilege is voor een Syriër. Toch moet ik nog steeds een visa aanvragen als ik naar het buitenland wil en als je een moslimachtergrond hebt is dat een enorme last: steeds weer die ondervragingen op ambassades en vliegvelden. Maar ik ken veel mensen die hetzelfde privilege niet hebben. Een van mijn favoriete Syrische bands, Khebez Dawle, zit nog steeds vast in een vluchtelingenkamp in Berlijn. Ik ken zoveel kunstenaars die hun werk niet met de wereld kunnen delen, die niet de mogelijkheid hebben om de oceaan over te vliegen voor een show.’

Avo Kaprealian is in 2014 de oorlog ontvlucht en woont nu in Libanon. ‘Ik vond het lastig om mezelf aan te passen, ik hield er echt van om in Aleppo te wonen, maar ik weet dat ik er niet snel terug kan keren. Een vluchteling zijn, in een ander land wonen dan waar je wortels liggen, dat is niet iets vreemds voor mij. Als Armeniër heb ik altijd het gevoel bij me gedragen dat ook ik gedeporteerd zou kunnen worden, het gevoel dat de wereld een onrechtvaardige plek is. Dat gaat terug tot de Armeense genocide van 102 jaar geleden. Het beweegt me wel tot het maken van een nieuwe film. Ik kan je alvast vertellen dat die over Libanon gaat, over de vreemde post-oorlog staat die het nu is.’

Houses Without Doors, met soundtrack van Hello Psychaleppo is vrijdag 8 september te zien in EYE (de voorstelling is uitverkocht). Het is onderdeel van Syrian New Waves dat het hele weekend plaatsvindt. Voor het volledige programma: zie hier.

Coverbeeld: Houses Without Doors (Avo Kaprealian, 2016)

Shortreads

Het debat over Wonder Woman legt de verdeeldheid onder feministen bloot

Interviews

Regisseur Wang Bing: ‘Er waren alleen aardappelen. Dus die aten we.’

Interviews

Dollkraut: ‘Het conventionele, dat doet me weinig. Dat zegt me niet veel.’

Interviews

EXPOSED sprak de legendarische filmmaker Béla Tarr: ‘Ik wil mijn lelijke bullshit vieren’

Interviews

Regisseur Mijke de Jong: ‘Ik film graag de rafelranden van dit land’

Interviews

EXPOSING | Jaap Guldemond