Crash (1996) laat zien hoe porno esthetisch en filosofisch verantwoord kan zijn

Door Brecht de Backer op

In mijn eerste jaar aan de universiteit volgde ik het vak Literatuur, film en techniek: transport en (tele)communicatie. De hele cursus was gebouwd rondom één casus: het boek Crash van J.G. Ballard (1973) en de gelijknamige film van David Cronenberg (1996). Zo inspiratieloos als de naam van dat vak is, zo intrigerend was de inhoud. Zeker wanneer je eerstejaars bent. Crash is namelijk hét schoolvoorbeeld van hoe pornografie tot kunst verheven kan worden. Hoewel de scheidslijn tussen die twee flinterdun kan zijn, toont de film hoe porno ook esthetisch en filosofisch verantwoord kan zijn en zo culturele waarde heeft.

De acteurs in de film bewegen zich emotieloos voort, afgestompt door de schijnbaar grenzeloze mogelijkheden die de moderne maatschappij te bieden heeft. Ze zijn bewust afgevlakt, door overprikkeling van het consumentisme raakt niets hen meer. Het is precies de nood aan oprechte emotie en de nood aan inlossing van verlangens die het motief voor Crash bepalen.

Er worden twee middelen ingezet om die zoektocht naar emotie uit te beelden: auto’s en seks. De eerste heeft alles te maken met de consumptiemaatschappij waarin wij leven, de tweede met onze grootste oerdrift. De personages worden opgewonden van voertuigen en kunnen ook pas diepgaande seksuele emoties ervaren wanneer ze in de nabijheid van auto’s zijn. Het auto-ongeluk staat daarbij voor het summum van extase en wordt als ultiem orgastisch ervaren.

In het begin van de film zien we het hoofdpersonage, James Ballard, in een auto-ongeluk belanden. De bestuurder van de andere auto vliegt door de voorruit van James’ wagen en ligt dood naast hem op de passagiersstoel. Hoewel grotesk uitgebeeld, verroert het gezicht van James geen vin. Pas wanneer hij de halfnaakte vrouwelijke bijzitter in de andere auto ziet, toont hij emotie. De gevoelloze James is niet in shock van het gruwelijke ongeluk, maar wel van het feit dat hij weer emotie (geilheid, om specifiek te zijn) kon ervaren dóór het ongeluk. Wanneer hij kort daarna gelijkgestemden ontmoet, wordt die zoektocht naar die emotie voortgezet en worden de auto-ongelukken extremer en extremer. Auto’s worden zo het middel om een intieme en oprechte emotie te ervaren, geuit in seks.

De Fransen noemen het orgasme ‘Le Petit Mort’, de kleine dood. In Crash wordt klaarkomen in auto’s letterlijk gekoppeld aan dood. Sterven in een auto-ongeluk is de droom van elk personage in de film. Het moet het ultieme orgasme voorstellen, de enige manier waarop men emoties kan koppelen aan het lichamelijke.

De film maakt je op deze manier pijnlijk bewust van de scheiding tussen lichaam en ziel. Critici hebben het in het verleden de film als goedkope pornografie van de hand gedaan. Maar de film is juist te interpreteren als een ware existentiële romance. Omdat er krampachtig wordt geprobeerd om lichaam en emotie weer aan elkaar te koppelen, toont Crash de tragische verhouding tussen mens en technologie. De scheiding lichaam/geest, de hunkering naar het samensmelten van die twee – dat is wat het verhaal tracht uit te beelden.

Crash is daarmee ook een typisch kind van de postmoderniteit, waar elementen uit de consumptiemaatschappij (de mechanisering, de auto en de commercialisering van seks) in een artistieke vorm gegoten worden. Ongefilterd, ruw, ontdaan van enig spoor van menselijkheid. Alles wordt zonder schroom getoond. Het obscene, het viscerale, het weerzinwekkende. Alleen dat maakt gevoel los bij de toeschouwer. Niets raakt meer, behalve als het zonder verhullen getoond wordt.

Je wordt teruggeworpen op zichzelf doordat er fysiek ongemak wordt gecreëerd. In uitvergrote obscene beelden worden onze eigen aangeworven ongevoeligheden getoond. De mens van nu wordt emotioneel doodgeknuppeld door een overvloed aan informatie, door een overvloed aan beelden en een overvloed aan oppervlakkige connecties.

Het verhaal onderzoekt waar emotie en ware connectie vandaag de dag gevonden kan worden en geeft de dood als enig mogelijke uitweg op. In die zin is de film apocalyptisch en bijzonder pessimistisch over de richting die deze maatschappij op gaat. Je kan er de waarschuwing in lezen dat de mens oprechte emotie en connectie kwijt raakt door het leven in een consumptiemaatschappij als deze.

Wat pornografische kunst kenmerkt, is dat de seksuele daad niet centraal staat, maar dat het juist een projectie van is van wat we gevoelsmatig tekortkomen. Het wekt een verlangen op dat ons op bewust én onbewust niveau opwindt, maar ook laat smachten naar een diepere betekenislaag. Pornografische kunst tracht de verbinding tussen lichaam en geest te construeren. Daarmee onderscheidt het zich van erotiek.

In de film wordt de seksuele daad gemechaniseerd. En dat veroorzaakt ongemak. Een ongemak dat je als toeschouwer ook werkelijk een verlangen laat voelen naar emotie, naar het losrukken van dat mechanische en weer terug te keren naar het gevoel. Porno die tot kunst verheven kan worden, heft die tweedeling tussen lichaam en geest op.

Crash gaat dus helemaal niet over seks, maar wel over de frustrerende zoektocht van de moderne mens naar de verbinding tussen lichaam en ziel, naar het voelen van oprechte connecties en emoties. Het toont het onvermogen van de mens om zich een houding te geven in een snel veranderende wereld die gedreven wordt door technologie en consumentisme. Het auto-ongeluk en de seksuele handelingen zijn daar een metafoor voor. Het is niet meer dan een wanhopige poging om de afstand tussen lichaam en geest op te heffen.

Crash draait 19 juni in EYE, als onderdeel van het Cinema Erotica-programma.

Shortreads

Goodfellas vs. Casino: wat is Scorsese’s beste maffiafilm?

Robby Müller

Longreads

Waarom ik Dancer in the Dark voor altijd zal onthouden

Michelangelo Antonioni

Longreads

Een confrontatie met de angst

Longreads

De charme van Salò

David Cronenberg

Longreads

Cronenberg’s cyborg: Tech kleding als onderdeel van ons lichaam

Longreads

Fantoompijn in de trein