De heldhaftige filmmuziek van Soldaat van Oranje

Door Melle Maré op

Een aantal jaar geleden nam Alex van Warmerdam tijdens een interview op het Nederlands Film Festival uitgebreid de tijd om het werk van collega-regisseur Paul Verhoeven af te branden. Vooral Verhoevens laatste film Zwartboek (2006) kreeg het zwaar te verduren. Van Warmerdams tirade, waarin hij aanstipte dat de pakken van de Duitse soldaten te ruim waren, mondde uit in de mythisch geworden oneliner: ‘Je kan veel zeggen van de Nazi’s maar die uniformen zaten perfect!’ Toch toonde zelfs van Warmerdam zich niet ongevoelig voor de status van die andere oorlogsfilm van Verhoeven, Soldaat van Oranje (1977). Dat was volgens hem tenminste nog een spannend jongensboek.

Jaarlijks wordt dat jongensboek rond 4 en 5 mei weer uit de kast getrokken en door de publieke omroep vertoont. Zodra de eerste klanken van het terugkerende thema van componist Rogier van Otterloo klinken, betreedt de kijker inderdaad een wereld die vergelijkbaar is met die van een jongensboek: heroïek en vaderlandsliefde worden niet met een achterdochtige blik bekeken. Er is na de oorlog veel kunst gemaakt die wil aantonen dat heldendom subjectief is, maar Soldaat van Oranje heeft – in tegenstelling tot veel van Verhoevens andere werk – die ambitie niet.

De muziek van Van Otterloo sluit aan bij dat geloof in heroïek en vaderlandsliefde: het hoofdthema klinkt oprecht heroïsch, het trommelgeroffel is diep en de koperblazers zijn gezwollen. Het is moeilijk om de filmbeelden van Soldaat van Oranje voor te stellen zonder de klanken van Van Otterloo. Ook verzetsman Erik Hazelhoff Roelfzema, wiens memoires aan de film ten grondslag lagen, meende dat het succes van Verhoevens verfilming voor een groot deel dreef op de muziek van de bekende componist. Maar hoe bedacht Van Otterloo filmmuziek die de kijker zo’n heldhaftig gevoel bezorgt?

Een televisiefragment uit de jaren zeventig toont Rogier van Otterloo in de kleine componeerschuur van zijn huis in Tienhoven. Vlak achter zijn piano staat het tv’tje opgesteld waarop hij de ruwe montagebeelden van Soldaat van Oranje bekeek. Als eerste bedacht Van Otterloo het bekende leidmotief. Zelf noemde hij het ‘de muzikale motoriek van de film’. Het heroïsch klinkende hoofdthema wordt in de film telkens wanneer de vaderlandse helden ergens in slagen herhaald: het klinkt wanneer Erik en Guus op een Zwitsers schip het bezette Nederland uitvaren, wanneer Guus in rokkostuum een Duits feest binnenwandelt en wanneer Erik – eenmaal gepromoveerd tot RAF-piloot – opstijgt om een bombardement op Duitsland uit te voeren.

Volgens Van Otterloo hangt het heroïsche gevoel dat we bij het zien van Soldaat van Oranje ervaren samen met het marstempo van het terugkerende thema. In de mars weerklinkt de echo van marcherende soldaten, en het geluid van de koperblazers roept een associatie met vroegere jachthoornblazers op. De betekenis die we aan muziek toekennen heeft altijd met randverschijnselen te maken, stelt hij. Ondanks de totale ongrijpbaarheid van muziek interpreteren we klanken en klampen we ons vast aan vage associaties. Niet alleen als luisteraar, maar ook als componist.

Zo moest Van Otterloo muziek componeren voor het fragment waarin Jan Weinberg op de Waalsdorpervlakte wordt geëxecuteerd, muziek die ‘absoluut niet sentimenteel mocht zijn maar toch een hoge mate van tragiek in zich moest hebben’. Hij scheef uiteindelijk een zacht klokkenspel waarbij de melodielijn wordt gespeeld door een trompet. Misschien deed hij dat vanwege de associatie met het trompetgeluid dat op dodenherdenking klinkt, maar daar geeft de maestro niets over prijs. Het is hoe dan ook veelzeggend dat Van Otterloo ervoor koos om in de muziek die ‘een hoge mate van tragiek in zich moest hebben’ de strijkers achterwege te laten. Hij wist dat de associatie van vioolklanken met goedkoop sentiment zeker in films snel gelegd is, en koos voor een meer ingetogen geluid.

Juist omdat het droevige thema zo origineel is, roept het een emotie op die dieper dan verdriet gaat. Soldaat van Oranje mag door Alex van Warmerdam dan wel als jongensboek bestempeld zijn, het is ook een tragedie, of in ieder geval een heel tragisch jongensboek. Wanneer Erik in de laatste scene zijn studievriend Jacques opzoekt is de huiskamer gevuld met de vreugdeklanken van het bevrijdingsfeest dat op straat plaatsvindt. Dan valt Eriks oog plotseling op een foto van zijn vriendengroep aan het begin van de oorlog. Het geluid van het feestgedruis buiten verstomt, het droevige trompetgeluid van Van Otterloo zwelt aan en zegt wat niet wordt uitgesproken: vier van de zes jongens die daar zo onbevangen in de lens kijken, een borrel in hun hand, zijn onherroepelijk ten onder gegaan. Drie worden herinnerd als held, de vierde stierf als Nazi aan het oostfront. Erik en Jacques zijn samen overgebleven.

Shortreads

Hoe sensualiteit dankzij synthesizerpionier Suzanne Ciani een plek kreeg in elektronische muziek

Interviews

DJ Jeff Solo en illustrator Stikstok: ‘In Scorsese’s films hebben alle kleine dingen betekenis’

Shortreads

De vijf mooiste Nederlandstalige filmdialogen

Interviews

Dollkraut: ‘Het conventionele, dat doet me weinig. Dat zegt me niet veel.’

Longreads

Het karakter van geluid

Jean Desmet

Interviews

Kofferband