Dollkraut: ‘Het conventionele, dat doet me weinig. Dat zegt me niet veel.’

Door Timo Koren op

Dollkrauts nieuwste plaat Holy Ghost People staat vol mysterieuze, rafelige elektronica. Gemaakt met instrumenten uit het pre-laptoptijdperk en geïnspireerd door spaghettiwesterns, jaren-zeventig-horror en oude James Bond. Tijdens Eyeshadow staat de band na de film Any Way the Wind Blowsgeprogrammeerd. In het kader daarvan sprak EXPOSED met Pascal Pinkert, de man achter Dollkraut, over de relatie tussen muziek en film.

Je muziek wordt vaak als filmisch omschreven. Kun je daar wat mee?

‘Ik moet dan toegeven dat het wel zo is. Ik ben best visueel ingesteld. Als ik uitleg hoe mijn muziek klinkt, omschrijf ik het ook vaak in beelden. Daar begin ik ook mee: sommigen hebben een soort inspiratie-gevoel, ik vertrek vanuit een beeld. Bij het laatste nummer van het nieuwe album bijvoorbeeld, Victim, had ik gelijk een lonely-desert-gevoel: iemand die alleen is en al heel lang op zoek is naar een oase.’

Soundtracks hebben een hele andere structuur dan popnummers. Word je ook daardoor beïnvloed?

‘Op Schimanski’s Black Lullabies, mijn vorige plaat, wil de ik een soort verhaal vertellen. Toen heb ik allemaal filmsamples gebruikt. Holy Ghost People is toch een ander soort project: wat klassieker van opzet, meer songs. Maar in sommige nummers hoor je het nog steeds: dat slepende van filmmuziek.

Ik ben trouwens nu bezig met een soundtrack-achtig iets, met een sequence die steeds terugkomt. Je weet wel: zo’n riedeltje waar je de film aan herkent, steeds weer op een andere manier uitgevoerd. Daar ben ik dus mee bezig. En die kun je dan onder verschillende scènes – een achtervolging, een liefdesscène – steeds anders spelen. Maar het is nu nog een soundtrack zonder film. Misschien dat er nog een regisseur bij komt die hetzelfde gevoel heeft, dat het nog een film wordt.’

Je album is vernoemd naar een documentaire. Wat is dat voor film?

‘Het gaat over mensen die zich verliezen in de heilige geest, over hoe mensen op kunnen gaan in het onzekere. Dat is heel interessant, maar ook heel freaky. Die spookyness, dat dreigende: dat zijn een beetje de pijlers van mijn album.

Ik denk dat als je muziek maakt, je jezelf ook een beetje moet verliezen. Je een beetje buiten jezelf moet stappen. Wat dat betreft zie ik wel een parallel met religie. Ik heb dat in elk geval wel: dat ik erin opga, en dat als het niet lukt ik me ook heel erg down kan voelen. Al die emoties komen voorbij.’

Hoe ga je daar dan mee om?

‘Ik dwing me om totaal iets anders te doen. Door de spanning, de adrenaline misschien wel, moet ik het soms effe laten rusten. Vaak zet ik een film op. Bijvoorbeeld Le Cercle Rouge, een Franse jaren-zeventig-film met Alain Delon. Die periode vind ik wel leuk. De James Bond-film Diamonds Are Forever heb ik ook een paar keer opgezet. Een paar keer in dezelfde week. En dan kijk ik hem ook echt helemaal. Fantastisch. Daar kom ik zo door tot rust.’

Wat opvalt: in je instrumentenkeuze en in je filmkeuze grijp je steeds terug naar het verleden. Wat spreekt je daarin zo aan?

‘Het gaat mij vooral om de manier van werken. Zeker als we het over instrumenten hebben. Ik vind het organische in klanken wel mooi, omdat het allemaal nog een beetje pre-elektronische revolutie is. Je krijgt een soort organische sound, iets menselijker allemaal nog. Daar streef ik ook wel een beetje naar, ik hoef het niet heel kil te maken. Daarom spreekt celluloid me ook aan. Analoog is vaak niet zo duidelijk, niet zo haarscherp. Er hoeft maar een haartje tussen te zitten of een oneffenheidje en het verkleurt. Dat is leuk.’

Wat doe je als je je eigen muziek terugluistert en zo’n oneffenheid tegenkomt?

‘Het zijn de fouten die het leuk maken, dus die probeer ik er vaak in te laten. Het is soms jammer om iets weg te gooien en opnieuw te beginnen. Het hoeft van mij allemaal niet zo strak, niet zo mooi te zijn. Ook wel een beetje vanuit een rebels oogpunt. Het conventionele, dat zegt me weinig. Dat doet me niet veel.’

Voor jouw Eyeshadow-avond koos je de film Any Way the Wind Blows. Waarom?

‘Het is een van mijn wereldfilms. Echt wel top drie. Het klopt helemaal: dit is het gevoel dat ik bij een film wil hebben. Het is grappig, zwaarmoedig ook, want die jongen verliest zijn baan als operateur, dat is de droevige kant, maar je hebt ook die rebelse posterplakkers. En de muziek. Ik denk dat ik de soundtrack al had voor ik de film zag. Ik ga in EYE mijn set ook niet aanpassen. Die muziek, daar ga ik niet aan tornen.’

Is er een goede film met een slechte soundtrack die je graag van een andere muziek zou willen voorzien?

‘Ik denk gelijk aan De Lift van Dick Maas. Maar juist door dat minimale staat die film ook gewoon op zich. Dus nee, die laat ik gewoon intact. Wat het is: als ik de soundtrack niet goed vind, vind ik vaak de hele film niet goed. Ik ben daar soms best zwart/wit in.’

Zaterdag 25 maart treedt BEA1991 op na vertoning van Drive (2011). Op 17 juni vertoont EYE Any Way the Wind Blows (2003) voorafgaand aan het optreden van Dollkraut. Voor de andere Eyeshadow-data: zie de website.

Interviews

De mensen achter Shelter: ‘Amsterdam miste een club met een open karakter’

Béla Tarr

Interviews

Mairo Nawaz: ‘De nacht maakt alles mysterieuzer’

Interviews

Film editor Nina Graafland: ‘Na mijn afstuderen had ik één dag vakantie’

Woody Allen

Interviews

Shotje met Emanuelle Vos

Interviews

Shotje met Lucky Fonz III

Jean Desmet

Interviews

Kofferband