EXPOSING | Jaap Guldemond

Door Lih-Lan Wong op

Onze Lih-Lan interviewde Jaap Guldemond, Hoofdcurator Tentoonstellingen bij EYE. Ze bespraken zijn studentenjaren tot zijn toekomstplannen voor het filmmuseum. Jaap vertelt over eeuwig studeren, road trips naar Europese exposities en onderzoek doen tussen de Romeinse ruïnes.

Wat is je achtergrond? Was je van je jongs af aan al veel met kunst bezig of kwam dit pas naar boven tijdens je studiejaren?

Ik kom uit Amsterdam en groeide op in een milieu waar altijd kunst om je heen was. Ik ging met mijn ouders naar het theater, modern ballet en moderne dans. Ik was erg geïnteresseerd in literatuur en zat ook nog op een hip schooltje met veel kinderen van kunstenaars, architecten en fotografen zoals Ed van der Elsken bijvoorbeeld.

Dus het is er met de paplepel ingegoten. Met tegenzin of kwam die interesse ook vanuit jezelf?

Naast die ‘voedende’ omgeving heb ik ook een zogenaamde Montessori-achtergrond, waardoor je toch vooral dingen deed die je zelf interessant of bijzonder vond. Mijn kennis en liefde voor de film begon al vroeg. Vanaf mijn dertiende heb ik ontzettend veel films gezien. Film draaide natuurlijk nog alleen maar in de bioscoop, dus ik was daar heel vaak te vinden. Van de Antonioni’s tot Wenders en Ingmar Bergman, ik keek ze allemaal.

Antonioni en Wenders op je dertiende?!

Ja, haha, misschien deze vanaf mijn zestiende! Nu gelooft niemand dat natuurlijk meer, maar ik hield van die lijsten bij, die heb ik toevallig nog. Ik heb echt waanzinnig veel gezien, ik snap ook niet waar ik de tijd vandaan haalde. Ik was helemaal niet specifiek van plan iets met cultuur te doen. Ik was klaar met de middelbare school eind jaren ’70, en dat was natuurlijk een slechte tijd. Veel werkeloosheid en weinig zicht op een baan. Je kon wel iets studeren maar je moest vooral niet een studie kiezen om een baan te vinden. Dus ik dacht: “Nou goed, ik weet niet wat ik wil, dus laat ik dan in ieder geval iets doen wat ik interessant en leuk vind.”

En zo ben je bij Kunstgeschiedenis terechtgekomen op de Universiteit van Amsterdam?

Ja, je kon in die tijd zo lang studeren als je wilde. Als je het niet leuk vond, probeerde je wat anders. Uiteindelijk ben ik bij Kunstgeschiedenis blijven hangen, ik vond het toch leuker dan ik had verwacht. Ik ben wel altijd – en dat was voor die tijd helemaal niet voor de hand liggend op de Universiteit – geïnteresseerd geweest in hedendaagse kunst en wat er in het nu gebeurt. De universiteiten destijds waren juist meer gericht op de geschiedenis van de kunst.

Dus de hedendaagse kunst heb je zelf ontdekt, buiten de academie?

Ja, omdat we dus zoveel tijd hadden en namen, er was gewoon geen einde zeg maar. We bezochten heel veel tentoonstellingen en gingen naar galerie-openingen.

Toen speelden belangrijke ontwikkelingen in de hedendaagse kunst zich in Keulen af, dus dan gingen we daarheen, alle tentoonstellingen af. Je had zoveel vrije tijd, dus het was ook heel vanzelfsprekend; met een paar vrienden of vriendinnetjes naar het Ruhrgebied, Brussel of Parijs.

Zijn er ook tentoonstellingen uit die tijd, die je echt bij zijn gebleven of hebben geïnspireerd?

Ja, vast wel, alleen kom ik er nu niet op.. Het was vooral inspirerend dat je er midden in zat. Je zat heel dicht op hoe kunst gemaakt werd en door wie. In Amsterdam stond je ’s avonds in de kroeg met de kunstenaars die toen opkwamen.

Ik had altijd wel een liefde voor de geschiedenis van de kunst – ik ben afgestudeerd op begin twintigste-eeuwse Russische avant-garde, gezichtsdeformatie aan het einde van de negentiende eeuw en het begin van de psychologie. Maar die interesse was altijd in combinatie met wat er in het heden gebeurde.

Wat vond je toen het interessantste aspect aan de kunst?

Voornamelijk dat kunst niet alleen maar over zichzelf gaat, je kunt er alle kanten mee op. Je kunt het bekijken vanuit een psychologische interesse of vanuit een politieke, maatschappelijke of sociale.. Dat geeft je natuurlijk een enorme vrijheid, je zoekt je eigen pad. Dat is het interessante voor mij, dat is pure voeding. Het klinkt simpel maar bij de kunst is één en één niet twee, het kan ook tien zijn of min acht. Kunst is geen logica en geeft je juist een indruk van de complexiteit van het bestaan.

Hoe begon je carrière na je studie?

Het mooie van zo lang studeren is dat je ook echt kon uitvinden wat je interessant vond. Veel medestudenten schreven recensies of artikelen die ze geplaats probeerden te krijgen of men begon een eigen tijdschrift. Ik was meer geïnteresseerd om documentaires te maken over beeldend kunstenaars. Met een aantal studenten richtten we de stichting Aktuele Kunstdocumentatie op en zochten we naar subsidie. Het was toen nog allemaal 16mm film dus zeer kostbaar. We filmden Marlène Dumas vroeg in haar carrière, maar ook iemand als Frank van der Broeck en Jiri Dokoupil. Daarnaast liep ik aan het einde van mijn studie stage op de Rietveld en werd gevraagd om daar les te geven. Dat heb ik gedaan maar ik vond het echt afschuwelijk, dat was echt niets voor mij. Ik heb het een half jaar gedaan en ben toen naar Rome vetrokken om onderzoek te doen naar architectuurrestauraties onder Napoleon. Eenmaal terug kreeg ik een soort van baan als adviseur bij STROOM in Den Haag, die zich onder meer bezig hield met kunstopdrachten voor de openbare ruimte.

Wel hele verschillende bezigheden. Het klinkt ook als een zoektocht. Wanneer werd het museum de (voorlopige) eindbestemming?

Toen er al snel na STROOM een baan vrij kwam als curator bij het Van Abbe Museum heb ik daarop gesolliciteerd en de baan gekregen. We spreken over begin jaren ’90. Dat was mijn eerste echte museale baan. Wat ik toen wel stoer vond.

Hoe kwam je terecht bij het filmmuseum?

Dat was een hele logische stap. Mijn tijd bij het Van Abbe viel samen met de opkomst van een generatie kunstenaars voor wie film een natuurlijke habitat was. Ik noem het de ‘videotheek generatie’. Zij groeiden op met een cinematografische grammatica. Dus voor mij was het heel natuurlijk om met kunstenaars te werken die met bewegend beeld bezig waren.

Je hoort wel eens van een “Jaap-sausje” dat over de tentoonstellingen is gegoten. Kun je spreken van een curatoriële stijl?

Ja, dat vrees ik van wel. Kijk, je doet toch waar je in gelooft en ik ben me erg bewust van routing. Ik ben altijd bezig met zichtassen. Het geheel moet altijd meer zijn dan de som der delen. Daar zit bij mij ergens wel een stijl in, maar ik zou de eerste moeten zijn die deze stijl ook weer loslaat.

EYE representeert het medium film, jij bent meer opzoek naar het grensvlak. De aankomende tentoonstelling [red. Close-Up – de nieuwe generatie Nederlandse film/videokunstenaars] presenteert ook kunstenaars met een post-mediale praktijk. Is vanuit die gedachte een tentoonstelling in een filmmuseum niet achterhaald omdat het niet meer gaat om het medium?

Ja, dat klopt. Kijk, we zijn pas drie jaar bezig en er is nog genoeg materiaal om te laten zien. Allereerst wil je je positie als filmmuseum bevestigen, bestendigen en uitbreiden. Bovendien zijn er genoeg kunstenaars voor wie het medium wel een uitgangspunt is. Maar ik ben de eerste om – als ik denk dat we daar aan toe zijn – te laten zien dat het medium film één van de velen is die wordt ingezet. Ik heb er bewust voor gekozen mij in het begin van EYE te richten op het medium film en met mensen te werken die nadenken over wat het medium film is.

Wat is het medium film volgens jou?

Voor mij is het een medium met een bepaalde taal en grammatica, waarmee je kunt spelen maar waarvan je wel bewust bent dat het een bepaalde taal heeft. Nu we ons nog moeten positioneren wil ik laten zien dat kunstenaars dezelfde taal gebruiken als de bioscoopfilms die hier draaien, maar er toch net iets anders mee doen. Dan krijg je verdieping.

Wat is de toekomst van EYE voor jou, minder mediumspecifiek?

Ik hoop dat het dan duidelijk is voor mensen waar wij voor staan en er meer ruimte is om breder te programmeren. Minder vastgeketend aan het medium film, en daar breder en radicaler mee om gaan. Film als referentie. Ik hoop dat we over vijf jaar een Project Space hebben, een tijdelijk paviljoen hier in Noord, voor de radicale tentoonstellingen!

 

Interviews

EXPOSED sprak de legendarische filmmaker Béla Tarr: ‘Ik wil mijn lelijke bullshit vieren’

Interviews

Illustrator Brian Elstak: ‘Begin zo jong mogelijk met kunst’

Interviews

Productieleider Martin: ‘Ik moet nog een hartig woordje spreken met Jeroen Krabbé’

Interviews

35mm film

Interviews

Van kaartjes scheuren tot Gouden Kalf: Sandra den Hamer (directeur EYE)

Jean Desmet

Interviews

Kofferband