Filmisch vinyl: waarom zijn 70mm-vertoningen zo magisch?

Door Aramis Gonzalez op

Ik herinner me als de dag van gisteren dat ik voor het eerst een film op 70mm zag. Het was The Master (2012) van Paul Thomas Anderson. Ik wist niet wat het betekende, het klonk vooral cool. Het ging het bijna niet door: omdat de filmkopie beschadigd was, kregen we bijna een digitale versie te zien. Maar uiteindelijk ging het goed. Vanaf het openingsshot ging er een nieuwe wereld voor me open. Ik had nog nooit zo’n mooie, briljante blauwe zee gezien op film.

De combinatie van kleur en contrast: ik had serieus nog nooit zoiets meegemaakt. Het zou helaas weer drie jaar duren voor ik weer een film op 70mm zou zien. De meeste films die we tegenwoordig in bioscopen zien worden vertoond in het DCP-format, oftewel digitale projectie. Dat is makkelijker en goedkoper qua opslag en verspreiding, en dus handiger voor bioscopen en distributeurs. Er zijn nog steeds filmhuizen die soms analoog projecteren, op celluloid, maar dat is vrijwel altijd op 35mm. Maar films op 70mm zijn een big deal, die kunnen niet zomaar ergens worden vertoond. Net als vinyl heeft celluloid iets magisch, 70mm is de meest kraakheldere variant.

Zelfs oudere films of films die geschoten zijn op celluloid worden gescand en overgezet naar DCP. De meeste films die op celluloid worden geschoten zijn op 35mm. Als je weleens een analoge camera hebt gebruikt, heb je vast weleens een 35mm-rolletje gezien. Nu denk je misschien: dat is relatief oude technologie en doet kwalitatief onder voor digitaal formaat. Maar dat is dus helemaal niet het geval. Tegenwoordig worden we doodgegooid met termen als 2K, 4K of 8K wat eigenlijk een simpele naam is voor de horizontale resolutie van pixels. 4K staat bijvoorbeeld voor 4000 pixels. Veel standaard DCP-formaten halen maximaal 4K. Film wordt niet echt gemeten in pixels. Ze kunnen wel worden vergeleken met elkaar: 35mm haalt ongeveer een resolutie van 6K en 70mm kan oplopen tot ongeveer 18K! Digitaal heeft natuurlijk wel andere voordelen, maar daar gaan we het nu niet over hebben.

Oké, celluloid is dus supercool, maar wat maakt 70mm zo speciaal? Technisch gezien is 70mm een twee keer zo brede film als 35mm. Dat houdt in dat wanneer je dit terugziet in de bioscoop, er veel meer plek is voor detail. Ik durf wel te zeggen dat 70mm het grootste en mooiste formaat is om een film op te zien. Veel bekende en grote films zijn daar dan ook opgeschoten: 2001: A Space Odyssey (1968), The Sound of Music (1965), Ben Hur (1959) en Quentin Tarantino’s The Hateful Eight (2015). Tarantino heeft er zelfs speciaal voor gezorgd dat in de Verenigde Staten allemaal filmhuizen (weer) werden uitgerust met 70mm-projectors en dat mensen speciaal werden opgeleid om dit formaat kunnen projecteren.

Het grootste nadeel van celluloid is het vervoer, de kosten en de opslag van de daadwerkelijke filmblikken. De kopie van 2001: A Space Odyssey, die nu in EYE wordt vertoond, weegt bijvoorbeeld in totaal zo’n tweehonderd kilo. Het kost dus aardig wat moeite om een film op die manier te vertonen, wat nog meer reden is om, als je de kans hebt, een 70mm-film te gaan zien. Laatst was ik naar 2001: A Space Odyssey en dat was echt heel vet. Ineens vallen allerlei details op, zoals de minuscule mensen die heen en weer lopen terwijl een ruimteschip landt. Toen dacht ik, wat regisseur Stanley Kubrick vond, klopt: je hebt Space Odyssey niet gezien als je hem niet op 70mm hebt gezien.

In EYE is 2001: A Space Odyssey deze zomer op 70mm te zien. Vanaf 16 augustus is Dunkirk op 70mm te zien.

Interviews

Fotograaf Danny Griffioen: ‘Op een foto wil ik iemand leren kennen’

Interviews

Illustrator Brian Elstak: ‘Begin zo jong mogelijk met kunst’

Celluloid

Longreads

Maak kennis met de kunstenaars van Celluloid

Celluloid

Longreads

17 feiten over celluloid die je leven absoluut gaan verrijken

Longreads

Quentin Tarantino maakt een Tarantino

Interviews

35mm film