Filmmaker Cao Guimarães: ‘Ik zal het leven altijd verkiezen boven kunst’

Door Emma van den Berg op

Cao Guimarães (1965) is een Braziliaanse kunstenaar die bekend staat om zijn gebruik van directe omgeving en toevalligheden voor zijn werk. Dat is nu te zien in EYE, in de tentoonstelling Locus. Hij is tevens een goedlachse man met een grijzende baard en een buikje die vlak na zijn aankomst in Nederland al in het restaurant van EYE werd gespot met een biertje in de hand. Logischerwijs had ik ontzettend veel zin om hem te spreken over kunst, inspiratie en zijn werkwijze. Een week later zitten we buiten in de zon, we worden vrienden, het is een ding. Zijn dochter blijkt ook Emma te heten. Een leuk detail.

In EYE hoopt Cao met het tijdsbesef van de bezoeker te spelen: ‘In cinema maak je eigenlijk een reis door de tijd. Een tentoonstelling over audiovisueel werk moet hier dus rekening mee houden – de toeschouwer moet niet op zoek gaan naar een begin en een eind, maar zelf kunnen kiezen. Je moet je laten verwonderen. Mensen zijn tegenwoordig alleen maar aan het rennen, en ze stoppen niet om na te denken. Dat komt denk ik ook door technologie. In mijn werk maak ik met opzet iets wat langzaam gaat, tegen het ritme van de wereld in. Pas dan komen mensen erachter dat de simpele dingen in het leven ook heel mooi kunnen zijn; zoals een zeepbel die zweeft, of een landschap. Mensen zouden meer moeten stilstaan en zich verwonderen over dingen.’

Het spel van tijd en ruimte

‘Tijd en ruimte zijn erg belangrijk in het leven. Ik ben naar Uruguay verhuisd omdat je daar veel van beiden hebt. De mensen zijn er heerlijk langzaam. Vooral in kunst en in de liefde heb je echt tijd nodig om iets op te bouwen. Het is een proces, zoiets moet kunnen groeien. Daarnaast moet je er ook voor open staan, want op die manier kan je veel meer gevoel ervaren in kunst. Kunst betekent ook niets wanneer er geen publiek voor is – je maakt het natuurlijk niet voor jezelf. Ik zie mezelf als een soort bemiddelaar, en kunst is de eenheid die ik in bepaalde richtingen stuur. Het werk wil worden geboren, en ik moet uitvinden op welke manier. Voor dit proces heb je tijd nodig: om kunst te maken, en het te ervaren. En iedereen ervaart het ook anders. In de wiskunde is de uitkomst van dezelfde som altijd hetzelfde, maar in de kunst kan het elke keer een andere betekenis hebben, afhankelijk van de toeschouwer. Dat is ook wat er zo bijzonder aan is.’

Ik merk daarbij op dat zijn werk vaak ook afhangt van het toeval. ‘Ik hou ervan om te werken met de realiteit. Die bevat alle fictie die ik nodig heb.’ Ik vind dat een prachtige uitspraak. ‘Realiteit is op zichzelf zo krachtig. Mensen die anders zijn dan ik fascineren mij. Mensen met een andere kijk op het leven dan ik fascineren mij. Realiteit is als een meer: je kan langs de kant blijven zitten, alles aanschouwen, en hier een werk van maken. Maar je kan ook een steen pakken, en deze in het meer gooien. Zo geef je de realiteit een zetje. Dit werk is meer conceptueel, er is meer over nagedacht. Als derde mogelijkheid kan je ook het meer springen, om je volledig te laten onderdompelen. Elke vorm brengt een eigen vorm van emotie met zich mee, maar het proces verschilt.’

Het simpele leren waarderen

‘Als ik mezelf nu vergelijk met zo’n vijfentwintig jaar geleden, ben ik totaal veranderd. Ik was vroeger volledig betoverd door de mogelijkheden van bewerking en wilde zoveel mogelijk effecten in één werk proppen. Dit is nu helemaal anders; ik geniet meer van het directe, duidelijke, bijna serene. Het kan aan de leeftijd liggen. Als je jong bent ben je nu eenmaal meer op zoek naar het extravagante. Dat is leuk, maar je raakt er ook makkelijk de weg in kwijt. Nu zie ik dat dit niet het meest belangrijke is in het leven. Puurheid kan veel mooier zijn. Als je jong bent denk je soms dat het leven heel goed snapt, en dat kan heel gevaarlijk zijn.’ Hij lacht. ‘Maar de passie – dat vuur dat je hebt als je jong bent – die moet je vasthouden. Ik denk nog altijd heel erg in beeldvorming – als je me nu vraagt ergens een foto van te maken, zal ik altijd op zoek gaan naar de beste compositie. Maar ik prefereer nu wel werk wat meer verbonden is met de realiteit van de maker.’

‘Ik heb een enorme, onuitputbare inspiratiebron. Deze blijft continu veranderen, er komt vaak weer wat nieuws bij. Er is natuurlijk werk wat me altijd bijblijft, op het gebied van literatuur, fotografie of cinema. Zo ben ik erg fan van cinema uit de jaren ‘60 – de nouvelle vague, bijvoorbeeld. Later werd ik door Sophie Calle meer fan van conceptuele kunst. Helaas gebeurt het me ook heel vaak dat ik iets fascinerends lees, maar dit snel weer vergeet. Ik ben heel chaotisch en ga totaal niet georganiseerd te werk. Ik ben ook heel vergeetachtig, en vergeet snel de namen van interessante kunstenaars. Het gebeurt me ook veel dat ik iets begin te lezen, maar dit niet afmaak.’

De stempel van de maker

‘Die chaos komt ook zeker terug in mijn werk. Dit is allemaal heel intuïtief, ook wanneer ik lange films maak. Als ik begin met de montage, ben ik vaak nerveus – ik heb een heel specifiek idee in mijn hoofd, en dat moet natuurlijk wel werken met het beeld wat ik heb geschoten. Er verandert later nog een heleboel, maar die eerste impuls is voor mij wel het belangrijkst. Dat is het hart van het werk. Je kan me geen perfectionist noemen – soms geef ik het op en dat is het dan, en daar moet ik dan maar tevreden mee zijn. Dan denk ik: prima, dit is blijkbaar hoe het had moeten zijn. En ik ben eigenlijk ook een beetje lui.’ Als ik vraag bij welke van zijn werken dit het geval was, denkt hij even na. ‘Eigenlijk bij allemaal. Dat is ook een groot verschil tussen mij en Apichatpong (Weerasethakul, de andere filmmaker uit de tentoonstelling): hij is veel gedrevener. Ik bedoel, hij is nu een masterclass aan het voorbereiden voor vanavond. Dat zul je mij echt niet zien doen, haha!’

‘De ene filmmaker is de andere niet. Je kan ze natuurlijk vergelijken – koffie en thee hebben ook overeenkomsten. Maar ik denk dat je in elk kunstwerk de hartslag van de maker terug kan vinden. Hoewel er dus overeenkomsten kunnen zijn, blijven de werken hun eigen stempel hebben. Mensen willen altijd maar hetzelfde weten – waardoor laat ik me inspireren, hoe ziet mijn werkproces eruit. Ik hou er niet van om voor een groot publiek te spreken over wat ik doe. Ik heb liever een gesprek met iemand. Als ik begin te praten, houd ik ook niet op. Ik leef liever gewoon mijn leven, dan dat ik me verlies in praten over kunst. Dat is ook het verschil voor mij: ik zal het leven altijd verkiezen boven kunst. Daar valt voor mij veel meer te genieten.’ Cao steekt een sigaret op. Ik heb er niets meer aan toe te voegen.

(Nóg) meer van Cao? De tentoonstelling Locus is tot 3 december in EYE te zien.

Longreads

Ik nam de achtjarige tweeling Rosie en Viv mee naar de tentoonstelling Locus in EYE

Interviews

Kunstenaar Rafaël Rozendaal: ‘Ik hou niet van verhalende kunst, ik hou van kunst die totaal niet duidelijk is’

Interviews

Regisseur Daisuke Miyazaki: ‘Het met respect vernielen van de klassieke filmregels was super inspirerend voor me’

Shortreads

Het werk van Cao Guimarães is een ode aan toevalligheid en verwondering

Interviews

Illustrator Brian Elstak: ‘Begin zo jong mogelijk met kunst’

Interviews

EXPOSING | Jaap Guldemond