Het Dadaïsme in beeld: waar kunst niks is en alles kunst is

Door Rolien Sandelowsky op

EYE on Art is het wekelijkse cultuurprogram dat menig dinsdagavond omtovert tot kunstzinnig intellectueel bestaan. Elke week staat er een andere kunstenaar of stroming in het licht, vergezeld door relevant filmmateriaal en hier een daar een live muziekje. Een dinsdag was ik te gast bij een avond over dada, ter gelegenheid van het 100-jarige bestaan van deze excentrieke kunststroming in februari dit jaar. Want dadaïsme, wat was dat nou ook alweer precies? Een kunststroom, een collectief, een filosofie, een politieke beweging? Hoog tijd voor een dinsdagavond EYE on Art.

Dadaïsme in beeld

Het duidde me al snel, dadaïsme is waanzinnig. De genetisch voorvader van alle tegendraadse kunststromingen. Vergeet avant-garde, vergeet nihilisme of surrealisme, het dadaïsme is de bron van al wat de grenzen van realiteit en kunst bevraagt. Geboren als antibeweging, om de wereld en het kunstcanon te ridiculiseren, kwam tijdens de Eerste Wereldoorlog in het neutrale Zurich een clubje kunstenaars bij elkaar. De platzakke poëet en filosoof Hugo Ball opende in 1916 samen met minnares Emmy Hennings in de Zwitserse Spiegelgasse ‘Cabaret Voltaire’, een avant-gardistisch theater. Tezamen met Marcel Janco, Richard Huelsenbeck, Tristan Tzara, Hans Arp en Sophie Taeuber Arp maakten ze ‘kunst’ die haaks stond op alle aannames van de Eerste Wereldoorlog.

‘Dada’ werd de verzamelnaam voor hun absurdistische, magische uitingen van kunstzinnig amusement, variërend van woordloze klankgedichten tot moderne dans en hypnotiserende filmfragmenten. ‘Absolute artistieke vrijheid’ en ‘irrationaliteit’ leken toverwoorden voor een vorm van vermaak waarin alles wat gepresenteerd wordt als kunst, kunst is. Zelfs de term kwam van een toevallige woordenboek pagina in een Frans-Duitse Van Dale: ‘dada’ is Frans voor speelgoedpaard of stokpaardje.

De rode draad door alle theaterstukken, filmfragmenten, klankmonologen en grafische uitingen heen was een gebrek aan logica. Hetgeen leeftijdsgenoten een eeuw later zonder enige moeite ‘random’ zouden noemen. Maar was dadaïstisch werk echt zo willekeurig? De creatieve uitingen waren bedoeld om tegen het systeem in te gaan, een vorm van kunst om eigenlijk anti-kunst te zijn. Door gebruik te maken van bestaande voorwerpen, ware het objecten of taal, werd het publiek uit zijn comfort zone getrokken en gestimuleerd om de realiteit op andere wijze te ervaren.

Van 1916 tot 1920 was de stroming op haar hoogtepunt, later vertakte het dadaïsme zowel fysiek als inhoudelijk in meerdere richtingen. Na de oorlog spreidt dada zich uit naar Keulen, Parijs, Barcelona en België, waar ze de broedplaats vormt voor de verdere evolutie in beeldende kunst. Surrealisme, fluxus (heette oorspronkelijk zelfs neo-dada), popart, conceptuele kunst en relationele kunst vinden hun anarchistische wortels van banaliteit en onorthodox taal- en beeldgebruik in de oude Spiegelgasse.

The eye’s experience

Het dadaïsme werd de eerste kunstvorm waarin het belachelijk maken van de status quo centraal stond. In het veilige Zwitserland kon men vrijelijk bespotten waar de rest van de wereld zich druk om maakte, met alle scheve aannames en gevolgen van dien. Kunst waar kunst in essentie om is ontstaan; een reflectie van kritische gedachten op een ingesleten tijdsgeest. De dinsdagavond in zaal 2 voelde als een reis door de tijd, door je eigen hoofd en aannames, en die van anderen. We keken naar filmfragmenten van Man Ray, Marcel Duchamp, Hans Richter, René Clair en Fernand Léger. De stomme films werden voorzien van geluid door de waanzinnig excentrieke Tristan Honsinger en Oscar Jan Hoogland.

In de beelden die we zagen was geen enkel narratief te ontdekken, wat een heel andere manier van film ervaren is. In de zoektocht naar een coherent verhaal wordt het efficiënte brein keer op keer voor de gek gehouden, wat resulteert in een vorm van hypnotiserend, lamgeslagen kijkgedrag. Je kijkt, probeert te ontdekken, herinnert je dat dit niet kan en voor je het weet start het cirkeltje weer opnieuw. Het frustreert, prikkelt, wekt weerstand op en tegelijkertijd plezier. Een vorm van kunst en cultuur die niet voor ieder oog en brein geschikt is, maar zeker interessant om een avond in op te gaan.

Next EYE on Art

Afgelopen dinsdag draaide op het raakvlak van film en andere kunsten ‘Theresienstadt: Film of waarheid’, een video-installatie van Kees Hin en Sandra van Beek, waarin de historische en emotionele betekenis van de nazipropagandafilm ‘Theresienstadt‘ wordt onderzocht. Ingeleid door Frank van Vree, hoogleraar Mediastudies aan de Universiteit van Amsterdam. Aankomende dinsdag is er een programma over Piero Heliczer: ‘L’underground, c’est moi’, een dichter, uitgever, acteur en filmmaker die zich in de jaren 60 begaf in de Amerikaanse experimentele cinema scene en nauw samenwerkte met Andy Warhol, The Velvet Underground en Jack Smith. 26 januari staat de dinsdagavond in het teken van ‘de driesprong’, een multimediale muziektheater productie in de vorm van een animated novel, gebaseerd op het gelijknamige surrealistische verhaal van Belcampo: een toekomstfantasie vol medische abnormaliteiten waarin droom en werkelijkheid door elkaar lopen.

Ach, dadaïsme, voorloper van het alles: randomheid kent geen tijd.

Shortreads

Manifesto: als kunstenaarsmanifesten gespeeld worden door een dakloze, gaan ze surreëel klinken

Shortreads

Crash (1996) laat zien hoe porno esthetisch en filosofisch verantwoord kan zijn

Interviews

EXPOSED sprak de legendarische filmmaker Béla Tarr: ‘Ik wil mijn lelijke bullshit vieren’

Celluloid

Longreads

Zo maakte Andy Warhol zijn legendarische portretten

Interviews

EXPOSING | Jaap Guldemond

Interviews

Van kaartjes scheuren tot Gouden Kalf: Sandra den Hamer (directeur EYE)