De mensen achter Shelter: ‘Amsterdam miste een club met een open karakter’

Door Timo Koren op

‘Kijk’, Kolja Verhage, programmeur van Shelter loopt door een lege club en wijst naar de blauwe gleuven in de muren en de witte vierkanten aan het plafond. ‘Alles in het ontwerp van deze ruimte is gericht op een zo goed mogelijke geluidskwaliteit. Alleen concertgebouwen hebben een betere akoestiek.’ De club is nu meer dan een half jaar open. Een goed moment om een keer bij onze buren langs te gaan.

Foto: Knelis

Vonden jullie, toen jullie met Shelter begonnen, dat er iets miste in Amsterdam?
Kolja: ‘Er miste een club met een open karakter. Trouw was dicht, Closure was dicht. De School is meer voor ervaren clubbers, maar voor mensen die zich daar niet thuis voelen, was er weinig. Wij willen een plek bieden met waar we mensen kunnen introduceren in clubcultuur, zonder ze gelijk in het diepe te gooien. Een club die gericht is op muzikale kwaliteit, maar wel met een opener, socialer karakter. De plekken die er op dat moment waren, waren heel donker. Er was weinig contact op de dansvloer, in Shelter kan gewoon geflirt worden.’

Hoe komt dat terug in jullie programmering?
Kolja: ‘We programmeren een breed muzikaal palet: techno, minimal, house. Een mooi voorbeeld is de avond met Omar S en Luke Hess. Omar S is een wat grotere, bekende naam. Mensen die bijvoorbeeld naar Dekmantel gaan, kennen hem wel, en dachten bij hem: lekker, dit is wat ik verwachtte. Maar Luke Hess ging meer de diepte in, dat was net een tikje moeilijker, en dan confronteer je mensen, stel je ze aan iets nieuws bloot.’

Je had het net over clubcultuur. Wat versta je daar precies onder?
Kolja: ‘Acceptatie en openheid op de dansvloer. Ik denk dat het ook de functie van de nacht is: het samensmelten van verschillende subgroepen. Het maakt niet wat je achtergrond is, wat je seksuele oriëntatie is, of hoe je bankrekening eruit ziet. Of je nou stratenmaker of hedgefundmanager bent. Op het moment dat je samen op de dansvloer geniet van muziek ben je allemaal gelijk. Daarmee verdwijnt de hiërarchie. Dat is de oorspronkelijke, echte clubcultuur.’

‘Doordat we vooral clubavonden hebben en geen vaste feestjes proberen we verschillende groepen in het nachtleven samen te krijgen. Ik werkte hiervoor bij Trouw en daar had je avonden waar een heel specifiek publiek op afkwam. De ene keer veel overhemdjes, de andere techno-collars met zwart aan.’

Communicatiemanager Milan van Ooijen, die ook bij het gesprek zit, vult hem aan: ‘Dat komt terug in de communicatie: die staat altijd in dienst van de muziek. Vaak pakken we ook een kleinere artiest eruit om diegene zo onderdeel van het grotere verhaal te maken. Of we pakken terug op een wat obscuurdere of oudere plaat of mix van een bekende artiest om de muzikale nieuwkomer bloot te stellen aan iets anders dan een Boiler Room of Essential Mix.’

Foto: Timo Steenvoorden

De dancewereld hangt aan elkaar van hypes. Hoe gaan jullie daarmee om?
Kolja: ‘Je moet er altijd wel een beetje op inspelen. Uiteindelijk zijn we toch gewoon een bedrijf dat een gezonde boekhouding moet hebben. Dus ik ben er wel mee bezig. Minimal komt nu weer een beetje terug, maar als ik dat elke week programmeer dan werkt het ook niet. Techno is heel populair, maar van de drie avonden loopt er altijd wel eentje moeilijk. De kern is: je moet blijven afwisselen.’

Daarnaast zijn festivals heel populair geworden. Hoe verhouden die zich tot clubs?
Milan: ‘In de ideale wereld zouden festivals een aanvulling op clubs moeten zijn.’
Kolja: ‘Het begint allemaal in de club. Geen enkele dj is groot geworden door alleen maar op festivals te draaien. In die zin zijn festivals veel aan clubs verschuldigd. Dat uiten ze heel weinig. Als een dj groot is proberen ze hem weg te houden van clubs, via exclusiviteitsdeals en zo. Op zich is dat heel oneerlijk voor clubs, die hem avond na avond hebben neergezet, in hem hebben geïnvesteerd. En opeens kunnen we ze niet meer boeken. Dat gebeurt over de hele wereld, continu, en dan is het echt aan de dj om hard te zijn. Maar nog steeds keren sommigen hun rug toe naar clubs.’

Clubs zijn dus voor dj’s een soort opleidingsinstituut.
Milan: ‘Ja. Clubs zijn Ajax, festivals zijn Real Madrid.’
Kolja: ‘Het zou al heel veel uitmaken als er een verschil komt tussen club-exclusiviteit en festival-exclusiviteit. Want uiteindelijk gaan mensen om heel andere redenen naar een festival dan naar een club.’

Tot slot, hoe zien jullie de toekomst van Shelter voor je?
Kolja: ‘Ten eerste willen we Shelter op de kaart zetten als internationaal platform. Dat het een springplank wordt voor onze resident-dj’s. Misschien een podcast-serie, misschien een label, dat soort dingen, daar willen we meer body aan geven. Maar daarnaast hebben ook een lokale ambitie, ook hier willen we om ons heen kijken. De ontwikkeling van Noord is super interessant. Er gebeurt zoveel in dit gebied. Dat willen we omzetten in samenwerkingen, bijvoorbeeld met de Tolhuistuin, EYE of de rest van de ADAM-toren. Er zijn veel plannen om de ontwikkeling van Noord bij te staan en te laten zien aan de rest van de stad.’

Voor de programmering van Shelter, zie de website.

Coverfoto: Cyril Pang

Interviews

DJ Jeff Solo en illustrator Stikstok: ‘In Scorsese’s films hebben alle kleine dingen betekenis’

Interviews

Dollkraut: ‘Het conventionele, dat doet me weinig. Dat zegt me niet veel.’

Interviews

SMIB uit Zuidoost: ‘Verwacht chaos bij ons optreden’

Celluloid

Interviews

Kunstenaar Jeroen van Loon: ‘Ik kan iedereen een digitale detox aanraden’

Close-Up

Interviews

Be nice or go away

Jean Desmet

Interviews

Kofferband