Interview met filmtalent Sven Bresser

Door Abel Minnée op

Abel Minnée interviewde regisseur Sven Bresser naar aanleiding van zijn films l’Été Et Tout Le Reste en Free Fight. L’Été Et Tout Le Reste werd geselecteerd op de festivals van Venetië en Toronto en won een Gouden Kalf voor Beste Korte Film. Free Fight werd uitgezonden als One Night Stand op NPO en is hier te zien.

We kennen elkaar van een gezamenlijke dj-set in Garage Noord, dat was volgens mij vlak voordat je l’Été Et Tout Le Reste opnam, waarmee je recentelijk een Gouden Kalf voor beste korte film hebt gewonnen (gefeliciteerd nog!). Kun je de film in een paar zinnen samenvatten?
Het is een verhaal over twee vrienden die wonen op het eiland Corsica. Een eiland dat in het zomerseizoen tot leven komt, wanneer heel veel vooral jonge oud-bewoners vanuit het vasteland terugkomen maar die aan het eind van de zomer ook weer vertrekken naar de stad. Er blijft echter altijd een groepje jongeren achter die het hele jaar door op het eiland wonen en daar gaat deze film over. We volgen twee jongens in een periode van hun leven waarbij een meerderheid van hun leeftijdsgenoten al heeft besloten de stap te maken om te vertrekken en zij staan nu voor dezelfde keuze.

Heb je een persoonlijke band met Corsica?
Ja, ik kom er al mijn hele leven. Van jongs af aan heb ik een fascinatie voor de snelle verandering die er op het eiland ontstaat tijdens de wisseling van seizoenen. Ik vroeg me altijd af wat dat zou doen met de gemoedstoestand van de mensen die daar het hele jaar wonen. Mijn opa en oma hebben er zestig jaar geleden een huis gebouwd en mijn tante is getrouwd met een Corsicaan, wat heeft geresulteerd in een Corsicaans neefje en nichtje. Daarnaast heb ik een groep vrienden met wie ik intensief ben omgegaan in de zomers van mijn jeugd en dat zijn van die jongens die eigenlijk altijd op het eiland blijven. Ze praten zelf niet veel over de situatie, maar bij sommige jongens merk je een soort angst om het eiland te verlaten, juist omdat de druk zo hoog is om naar het vasteland te gaan. Ze verlammen haast door de vrijheid om hun toekomst zelf vorm te geven.

L’été et tout le reste (2018) – Sven Bresser

Fascineert die dualiteit waar je het over hebt, tussen levendigheid en leegte, hoogseizoen en buitenseizoen, je het meest?

Ja en dan vooral de snelle verandering in dat proces. Wat ik in een visie heb opgeschreven is dat deze landschappen en plekken zijn geweest, zijn en weer zullen zijn. In de zomer is het levendig, in het buitenseizoen heerst melancholie én is er is altijd een soort verlangen naar de komende zomer. En dat zie je vooral terug in van die plekken die in de zomer tot leven komen, zoals het restaurant dat juist buiten het seizoen verlaten is.

Waarom besloot je specifiek voor dit verhaal te kiezen voor je eerste korte film?
Op het moment zelf stond ik daar niet zo bij stil, het klinkt heel cliché maar ik denk dat verhalen jou op een bepaalde manier kiezen en vervolgens bepaal je zelf of je ermee doorgaat of niet. In dit geval was ik bijvoorbeeld een ander verhaal aan het ontwikkelen, maar daar wou ik eigenlijk niet meer mee verder en ineens, tien dagen voor de deadline, stuurde ik een A4’tje naar mijn producent met een nieuw plan met vijf regels en de vraag: zullen we dit gaan doen? Later kom je er vaak pas achter waarom je het verhaal wilt vertellen. Om terug te komen op de keuzedruk van de hoofdpersonages in de film: dat kan ik terugvertalen naar de druk die ik zelf ervoer toen ik de middelbare school verliet met het gevoel dat ik iets moest gaan kiezen. Die druk resulteerde bij mij vooral in geen keuzes maken, vluchtgedrag; fulltime het nachtleven induiken en reizen. Iets wat verder prima kan, maar waar ik wel mee worstelde.

L’été et tout le reste (2018) – Sven Bresser

Ik vroeg me af hoe je je voorbereid op het draaiproces van zo’n film. Je vertelde dat je een plan van één A4’tje stuurde naar je producent, is dat niet heel eng?
Ja, het is bij mij altijd een worsteling tussen extreme twijfels en extreme wilskracht, een gevecht met de overtuiging dat je de vetste film ooit gaat maken waarna je plots denkt dat je met de kutste film ooit bezig bent.

Ik kan me voorstellen dat je voor een korte film die toch wel rond de twintig minuten duurt een heel draaiboek maakt?
Voorbereiding is voor mij een kracht maar ook een valkuil tijdens het maken van films.  Er zijn vaak veel belangen en geldbronnen bij betrokken. Voor Free Fight zat ik bijvoorbeeld bijna een jaar lang met allerlei mensen heel analytisch door het filmscript te gaan, waardoor ik soms bijna het gevoel kwijtraakte waarom ik iets op had geschreven. Als ik iets verzin of bedenk, denk ik er helemaal niet inhoudelijk of thematisch bij na, ik zie een bepaald beeld voor me en dat wil ik graag gaan schieten, later in de ontwikkeling kom ik erachter waarom het in de film moet. De valkuil van alles vooraf in te vullen probeer ik te vermijden, alhoewel ik het ook belangrijk vind analytisch bij de les gehouden te worden. Maar andere kunstvormen zijn in vergelijking bijvoorbeeld veel intuïtiever en op de set staan vind ik uiteindelijk het leukste gedeelte in het proces omdat ik daar altijd vrijer op zoek ben naar een gevoel.

Om terug te komen op de voorbereidingsvraag: ik bereid heel veel voor. Naast het script zoek ik bijvoorbeeld ook veel beeld- en muziekreferenties bij het verhaal. Ter voorbereiding maak ik samen met de cameraman een grote shotlist, maar dat schrijf ik juist allemaal op om het later links te kunnen laten liggen. Ik heb dan een hele dikke shotlist en allemaal papieren met regiedoelen maar op de set kijk ik daar nooit meer naar, waardoor ik intuïtief naar de karakters kan kijken in plaats van me aan het boekje te houden.

Voorbereiding is voor mij een kracht maar ook een valkuil tijdens het maken van films

Ben je met dat enkele A4’tje ook daadwerkelijk naar Corsica gegaan of is dat toch wel wat meer geworden?
Nee, toen hebben we in tien dagen een heel filmplan ontwikkelt, dat eist het filmfonds ook. Het script is pas echt goed doorontwikkeld na de toewijzing van het fonds, toen ben ik met mijn cameraman anderhalve week naar Corsica geweest en heeft het script zich daar aangepast aan de locaties en kwamen we achter de missende elementen. We hebben bijvoorbeeld nieuwe scènes geschreven op locaties die we ter plekke ontdekten. We zijn er ook daar pas achter gekomen dat de vriendschap tussen de twee hoofdpersonages meer nadruk moest krijgen in het verhaal.

Volgens mij kwam niet veel later na onze ontmoeting Mektoub, My Love van Abdellatif Kechiche uit, een verhaal over een jongen in z’n tienerjaren die ook terugkeert naar zijn plek van herkomst tijdens een zomervakantie. Heb je de film gezien?

Ja, ik ben erg onder de indruk van zijn werk, vooral hoe hij tijdsduur gebruikt als een soort filmmedium, hoe hij letterlijk tijd gebruikt om een realisme neer te zetten dat ik bij weinig filmmakers zie.

Hij gebruikt tijd inderdaad in de hoop om niet tot “realisme” te komen maar om ‘tijd’ daadwerkelijk te laten zien. Zijn films voelen soms akelig echt, iets wat ik ook ervoer bij sommige scènes in Free Fight. Ik ben benieuwd of ook jij bepaalde technieken gebruikt om tot dat realisme te komen?
Ik denk dat ik dat op bepaalde momenten heb bereikt door goed te observeren. We waren er al heel snel achter dat Free Fight een fysieke film moest gaan worden. Je kunt dat bijvoorbeeld vertalen door een hele beweeglijke camera die fysiek dicht op de huid van de personages zit, wat je wel vaker ziet in films. Maar wat wij interessanter vonden, is het fysieke en bonkige van die jongens van een afstand te observeren en dat te contrasteren met hoe gecontroleerd die jongens hun fysiek gebruiken in de vechtsport. Om de sportscènes op een dynamische manier te filmen recht tegenover de ongemakkelijkheid van hun lichaamstaal in kwetsbare situaties zoals wanneer ze voor hun gestorven moeder staan of thuis op de bank zitten wachtend op het lichaam van hun dode moeder dat naar binnen wordt gereden. Dat zijn mijn favoriete fragmenten uit de film, waarin bijna niets gebeurd of gezegd wordt.

Free Fight (2018) – Sven Bresser

Een van de twee broers verzorgd in een scène het lichaam van zijn overleden moeder, een vreselijk ongemakkelijk iets om te zien. Hoe is dat gegaan?
In die scène hebben we de eerder besproken fysieke lichaamstalen recht tegenover elkaar gezet. Hier wint de nieuwsgierigheid van het personage het van zijn angst om kwetsbaar te zijn. Vervolgens snijden we heel hard naar een scène waarbij hij met z’n broer een warming-up doet in de sportschool.

Om weer terug te komen op dat realisme, hoe krijg je die jongens zo ver zoiets geloofwaardig te acteren? Wacht, laat ik beginnen bij het begin: hoe heb je ze gecast?

De jongere broer in het verhaal heeft een jaar lang intensief deel uitgemaakt van mijn leven. Hij werd van een school in de Bijlmer afgetrapt en kwam toen een jaar bij mijn broer in de klas op het Montessori Lyceum. Toen hebben we een jaar lang samen geblowd en gehangen. Ik was gelijk erg geïntrigeerd door hem, maar hij werd vervolgens na een jaar ook weer van het Montessori afgetrapt en daarna zag ik hem niet meer.

Toen ik net begon met het idee voor deze film, liep ik hem een keer tegen het lijf, hij was in pak gestoken en vertelde dat hij tegenwoordig bezig is met acteren. Langzamerhand werd hij het karakter van mijn film, zonder dat hij daarvan op de hoogte was. Uiteindelijk hebben we een grote casting gehad met professionele vechters en acteurs, maar bleek hij toch het meest geschikt voor de rol. Zijn oudere broer in de film is wel een geschoolde acteur met veel ervaring.

Free Fight (2018) – Sven Bresser

Was die wisselwerking vreemd voor ze?
Vooral voor mij, omdat het voor mij de eerste keer was dat ik met geschoolde acteurs werkte en ik ben gewend om heel direct te regisseren. In de repetities vind ik het wel belangrijk om heel diep op de karakters in te gaan, maar op de set heb ik daar niet zo’n behoefte aan, vooral omdat ik vaak met ongeschoolde acteurs werk.

Iets anders dat me opviel aan beide films is aan de ene kant dat eerder besproken inhoudelijke realisme maar tegelijkertijd de nadrukkelijk geënsceneerde vorm.

Ja, ik maakte toen ik nog op de HKU zat vrij serieuze – en als ik er nu op terug kijk – wat saaie, sociaal-realistische drama’s. De gebroeders Dardenne en Mike Leigh waren een grote bron van inspiratie voor mij en dat zijn ze nog steeds wel. Maar op een gegeven moment kwam ik erachter dat bepaalde persoonlijke interesses die ik had helemaal niet aan bod kwamen in mijn werk, zoals muziek, fotografie en specifiek kleurgebruik. Bij mijn afstudeerfilm heb ik de boeg totaal omgegooid en ben ik die interesses in met de film gaan verweven. Als ik die film nu zie is het een beetje een uit de bocht gevlogen experiment, maar het was voor mij in mijn ontwikkeling als maker een belangrijk leermoment, waardoor ik er echt achter kwam wat ik wilde doen.

Interviews

De Nederlandse Filmnacht: interview met acteur Jonas Smulders

Interviews

Interview met regisseur en “spookrijder” Nanouk Leopold

Interviews

Kunstenaar Rafaël Rozendaal: ‘Ik hou niet van verhalende kunst, ik hou van kunst die totaal niet duidelijk is’

Interviews

Regisseur Daisuke Miyazaki: ‘Het met respect vernielen van de klassieke filmregels was super inspirerend voor me’

Interviews

Filmmaker Cao Guimarães: ‘Ik zal het leven altijd verkiezen boven kunst’

Interviews

Regisseur Bram Schouw: ‘Ik wil niet naar Hollywood. Ik wil dat we met de Nederlandse film de wereld veroveren.’