Kostuumontwerper Sandy Powell: ‘Zoals Marty zegt: de schurken zijn meestal het best gekleed.’

Door Timo Koren op

Sandy Powell is al sinds Gangs of New York (2002) de vaste kostuumontwerper van Martin Scorsese. Hij vroeg haar voor die film in het jaar dat ze een Oscar won voor Shakespeare in Love (1998) – dat was vast niet geheel toevallig, merkt ze zelf op. Daarna won ze er nog twee, voor The Aviator (2004) en The Young Victoria (2009). Maar, zoals ze zelf zegt: ‘Vaak krijgen mensen een prijs voor werk dat helemaal niet zo goed is. Als ik terugkijk op mijn eigen oeuvre, denk ik: er zijn andere films waar ik ze liever voor had gekregen.’

Je doet vooral films die zich in het verleden afspelen. Hoe komt dat?
‘Klopt, ik heb weinig hedendaagse films gedaan. Ik word daar ook niet voor gevraagd, want dat is hoe het gaat in de filmindustrie: je krijgt een hokje. Maar ik hou ervan, omdat het me de mogelijkheid geeft zelf alle kostuums te ontwerpen. Als je een film doet die zich in het nu speelt, gaat het meestal om winkelen. Dat is ook een talent, en moeilijker dan mensen denken. Iedereen heeft een mening over hedendaagse looks, dus het is moeilijker om het kloppend te krijgen. Maar mij interesseert dat niet. Ik hou van winkelen, maar zou het niet elke dag willen doen.’

Was het ook vanwege die specialiteit dat Scorsese je vroeg?
‘Ik denk het wel. Ik vermoed dat ze een Europese ontwerper wilden omdat hij voor het eerst in Europa (de Cinecitta-studio’s in Rome, red.) ging draaien. Het was best eng omdat het mijn eerste film met Scorsese was, een levende legende. Maar dat viel mee: als je hem ontmoet praat hij zo veel dat je je gelijk op je gemak voelt. Je krijg overigens niet veel tijd met hem. De meeste ontmoetingen duren zo’n twintig minuten. Dan praat hij heel snel en op het einde praat je nog sneller terug.’

‘Hij geeft je altijd een lijst met films die je moet kijken. Bij sommige films is het niet eens duidelijk waarom juist die film erop staat. Maar het helpt altijd om te weten waar een regisseur naar kijkt: zo ga je mee in zijn visie. Ik vind het altijd vreemd als regisseurs geen enkel referentiemateriaal hebben. Scorsese is daar juist heel goed in, hij kan zijn ideeën heel goed overbrengen.’

Hoe ging je daarna te werk?
‘Marty vertelde me dat de film zich afspeelt tussen 1860 en 1870 in een specifiek deel in New York, wat nu The Lower East Side is, geloof ik. Maar binnen die wereld wilde hij een soort verzonnen wereld, iets dat zich in die tijd zou kunnen afspelen, maar wel heel eigen was. Toen heb ik eerst naar foto’s uit die periode gekeken. Dat kon, omdat de daguerreotypie net was uitgevonden. Ik keek ook wel naar schilderijen, maar de meesten waren van rijke mensen, omdat het portretten zijn. Gangs of New York gaat over arme mensen, dus ik probeerde zoveel mogelijk foto’s van normale mensen te vinden. Er is een Deense fotograaf, Jacob Riis, die naar New York vertrok. Aan zijn werk heb ik heel veel gehad.’

Foto: Jacob Riis

‘Voor Gangs of New York moesten de kleren eruit zien alsof ze al jaren gedragen zijn. Ze moesten versleten eruit zien, maar toch ook een beetje gestileerd, met een schilderachtig gevoel. We maakten elk kostuum zelf, dus het was enorm veel werk om elk kledingstuk eruit te laten zien alsof het een eigen leven had. Er was een hele groep bezig met kleuren, spuiten en verven om dat voor elkaar te krijgen.’

Was een film als The Wolf of Wall Street makkelijker, omdat Jordan Belfort echt bestaan heeft? Dan geef je Leonardo DiCaprio gewoon zijn kleren.

‘Niet helemaal. Leo heeft een heel ander postuur dan Jordan Belfort. Belfort is klein en vierkant, Leo is lang en dun. Ik kon hem niet dezelfde kleren geven, omdat het er heel anders uit zou zien. Je moet over het fysiek van de acteur nadenken: zo kun je iets maken wat werkt op dat specifieke lichaam. Sowieso kan ik geen kostuum ontwerpen voor ik weet wie het draagt. Daarom negeer ik de beschrijvingen van scenarioschrijvers altijd, omdat zij vaak het script schrijven nog zonder een acteur in gedachte. Pas als ik iemand zie krijg ik een gevoel van wat gaat werken en wat niet.’

Leonardo DiCaprio als Jordan Belfort.

‘In het geval van Jordan Belfort heb ik ook zijn kleermaker ontmoet. Belfort was zo rijk dat hij honderden pakken had: allemaal vrijwel hetzelfde, maar van een andere stof gemaakt. Zijn kleermaker had dat allemaal gedocumenteerd. Het was fantastisch om al die verschillende stoffen te zien, maar het was niet zo dat ik dat klakkeloos kon kopiëren. Veel van de stoffen uit de jaren tachtig zijn nu niet meer verkrijgbaar. Maar wat ik wel wist, is dat ik een hele goede kleermaker moest inhuren.’

De personages in Scorsese’s films zijn vaak ambigu. Van Belfort kun je zelfs zeggen dat hij een schurk is. Doe je daar iets mee in je ontwerpen?

‘Zoals Marty zegt: de schurken zijn meestal het best gekleed. Soms flashy en vulgair, maar soms ook fenomenaal perfect. Daar hou ik het meeste van, omdat ze zo intimiderend zijn. Perfectie heeft iets intimiderends. Daarom kleed ik mijn schurken het liefst chic.’

‘Aardige personages zijn veel lastiger. Een paar jaar terug werkte ik aan Cinderella (2015). Assepoester was veel moeilijker te kleden dan de stiefmoeder. Bij de stiefmoeder kun je losgaan: je speelt met haar verhoudingen en vergroot dingen uit. Maar Assepoester zou je alles kunnen laten dragen. Het is dan heel lastig om iets te maken dat niet slap en saai is maar ook niet heel uitgesproken, omdat dat niet goed bij haar karakter paste.’

In Martin Scorsese: The Exhibition is jouw jurk uit The Aviator te zien, die gedragen wordt door Katherine Hepburn, het personage van Cate Blanchett. Is dat een van je favoriete kostuums?

 ‘Jazeker. Tijdens mijn onderzoek kwam ik een jurk tegen met zo’n zelfde kleur en die raakte me. De kleur is het belangrijkste: die is raar en mosterdachtig, een heel groen type geel. Cate zag er super elegant uit in die jurk. Maar het is niet zo’n kledingstuk dat het karakter van het personage samenvat. Het is vooral expositiewaardig omdat hij zo kort gedragen is, slechts één scène, in het theater. Andere kostuums zijn juist versleten, die hebben echt geleefd. Misschien zijn die nog wel interessanter, omdat je kan zien dat ze gedragen zijn. Je ruikt het zweet nog.’

De jurk uit The Aviator in EYE. Foto: Hans Wildschut.

Martin Scorsese: The Exhibition is nog tot 3 september te in EYE te zien.

Shortreads

Deze vijf Scorsese-films mag je aankomende zomer zeker niet missen

Shortreads

Goodfellas vs. Casino: wat is Scorsese’s beste maffiafilm?

Interviews

DJ Jeff Solo en illustrator Stikstok: ‘In Scorsese’s films hebben alle kleine dingen betekenis’

Interviews

Dollkraut: ‘Het conventionele, dat doet me weinig. Dat zegt me niet veel.’

Interviews

Film editor Nina Graafland: ‘Na mijn afstuderen had ik één dag vakantie’

Interviews

EXPOSING | Jaap Guldemond