Kunstenaar Rafaël Rozendaal: ‘Ik hou niet van verhalende kunst, ik hou van kunst die totaal niet duidelijk is’

Door Madé van Krimpen op

Jellotime.com, popcornpainting.com, beefchickenpork.com, whitetrash.com,  papertoilet.com: het is een kleine opsomming van de bijzondere internetkunst van visueel kunstenaar Rafaël Rozendaal (37). Zijn werk wordt aankomend weekend op vier grote LED-schermen gepresenteerd bij EYE, Filmmuseum tijdens Amsterdam Art Weekend. Het werk van Rozendaal inspireert me vanwege de humor, interactie en kleurgebruik. Ik wilde hem daarom graag interviewen; internetkunst is voor mij nog tamelijk onbekend terrein. We hebben over Skype afgesproken om 18:30, Nederlandse tijd. De webcam gaat aan en ik krijg gelijk een kijkje in zijn droomwereld in New York. Zijn huis hangt vol felle kleuren, net als zijn websites. Het New Yorkse zonlicht van 13:30 versterkt dit tafereel. Daar zit ik dan met mijn schemerlamp in een donkere kamer.

whitetrash.nl (screenshot)

Haaai!

‘Hoi.’

Dat ziet eruit als jouw eigen huis!

‘Klopt.’

Waar komt de fascinatie voor websites vandaan? 

‘Het begon op de kunstacademie, ik was een jaar of 19. Eerst experimenteerde ik vooral met tekenen, collages maken, fotografie, zeefdrukken, kopiëren – eigenlijk wat iedereen doet op de academie. Tijdens het experimenteren surfte ik ook vaak op het internet. Dat vond ik interessant; mede omdat het een nieuw gebied was. Er viel nog veel te ontdekken.’

Leggen computers juist kaders op of geeft het vrijheid?

[Denkt even na] ‘Het geeft best wel een kader. Met schilderen kan je heel veel kanten op, maar daarin is al heel veel gedaan. Ik had daardoor veel meer het gevoel van: wat kan ik daar eigenlijk nog aan toevoegen? Deze beperking voelde ik niet met een computer. Ik houd ook wel van een beetje overzichtelijk werken, zo van: dit zijn de tien mogelijkheden.’

Het had niet met je tekentalent te maken?

‘In striptekenen kon ik niet helemaal mijn eigen stijl ontwikkelen. Vaak leken mijn pogingen te veel op andere striptekenaars. Op de computer leerde ik een heel nieuw en open gebied kennen.’

Vind jij het ontwikkelen van een eigen stijl heel belangrijk?

‘Ja, je eigen gebied vinden, je eigen toon. Ik maakte eerst van alles tijdens mijn eerste jaren op de ABK (Maastricht), en daarna op de KABK (Den Haag). Ik vond uiteindelijk mijn ontwerpen op de computer het meest interessant en vooral het leukst om te maken. Ook reageerde mijn omgeving het meest positief op deze ontwerpen.’

Vind je interactie belangrijk bij je websites?

‘Vroeger wel, nu iets minder. Soms kan een website op zichzelf staan, maar in andere gevallen werkt het beter als de bezoeker de website kan beïnvloeden.’

Zou je je werk als conceptueel omschrijven?

‘Ja. Het is toevallig dat je nu over conceptuele kunst begint, omdat er veel misverstanden zijn over deze kunstvorm. Mensen denken dat een kunstwerk conceptueel is als het veel uitleg nodig heeft. Maar conceptuele kunst was juist een specifiek moment in de kunstgeschiedenis. Toen kunstenaars dachten: we willen geen dingen meer maken maar ideeën. Deze ideeën hoeven alleen niet heel ingewikkeld te zijn. Een idee kan bijvoorbeeld ook zijn dat je met een pen alle hoeken van een ruimte met elkaar verbindt. Dit is ook conceptueel; het uitvoeren van een simpel idee.’

Je had ergens geschreven dat internet jouw museum is. Waarom werk je dan toch samen met musea? Vind je het dan toch belangrijk dat je werk daar gepresenteerd wordt?

‘Ja, ik zie het een beetje als muziek. Als muzikant maak je nummers, die eerst op Soundcloud worden geüpload. Pas daarna wordt er een album op vinyl uitgebracht, met als afsluiter een concert. Het museum is dan een concertzaal: toeschouwers komen samen, je geeft ze grotere ervaring, omdat de speakers groter zijn dan thuis.

Ik vind het heel fijn dat het publiek al een relatie heeft met je werk voordat ze naar het museum gaan. Of juist andersom, dat mensen na het bezoek van het museum naar je website gaan. Het idee is dat een site hetzelfde werkt op allerlei plekken tegelijk, over de hele wereld. Je kunt dus in een museum staan en naar het werk kijken, terwijl je tegelijkertijd hetzelfde werk ziet op je telefoon. Dat was altijd het uitgangspunt van internetkunst, dat je niet naar het plaatje van het werk kijkt maar dat je naar het werk zelf kijkt. Het kunstwerk is de website. Dat vind ik er interessant aan.’

Hoe kijk je tegen de kunstwereld aan? Heb je daar een aversie tegen? 

‘Vroeger meer.  Nu probeer ik juist van de kunstwereld te leren door te kijken naar de gehele kunstgeschiedenis. Er wordt nu veel verhalende kunst gemaakt, zoals politiek geëngageerde kunst. Ik houd juist van kunst die totaal niet duidelijk is. Niet verhalend maar simpel.’

Jij doet ook veel met podcast. Inmiddels heb je er al 57.

‘Klopt. Nu al iets meer dan een jaar. Samen met vriend uit Canada, een performancekunstenaar. We luisterden zelf veel podcasts, zo kwamen we op het idee om er zelf eentje te maken. De podcast gaat over kunst en technologie. We hebben het ook veel over de startup-cultuur. Hoe de kunstwereld daardoor wordt beïnvloed, en hoe dat dan weer de wereld beïnvloedt. Of over hoe software keuzes maakt voor jou. Hoe je verstoord wordt door Facebook. Eigenlijk praten we over hoe de wereld aan het veranderen is, en hoe wij dat meemaken als kunstenaar. Ons perspectief daarop. We vullen elkaar goed aan: hij is creative director bij een startup en heeft veel informatie daarover. Ik kijk meer vanuit het oogpunt van iemand die in een droomwereld leeft.’

Word je zelf ook vaak afgeleid door Facebook?

‘Uhm… Aan Facebook doe ik niet, maar ik word wel afgeleid door Instagram. Je kunt die dingen uitzetten, maar dan ga je daarna naar Wikipedia en ben je daar weer een half uur aan het ronddwalen. Je nieuwsgierigheid wordt de hele tijd geprikkeld. Als je je tegenwoordig iets afvraagt, kun je dat gelijk opzoeken. Een neef van mij had vroeger een encyclopedie over popmuziek, zodra ik die zag was ik niet meer aanspreekbaar. Dan zat ik alles op te zoeken.’

Heb je voor Amsterdam Art Weekend speciaal werk uitgekozen? Heeft het gebouw nog invloed gehad waarom je dit werk hebt gekozen?

‘Het was een hele serie van beslissingen, om werk uit te kiezen. Eerst kwam EYE met het idee om te projecteren op het gebouw, maar het gebouw is zo groot dat de kleuren niet intens zijn. Dat is juist belangrijk.

Toen hebben we besloten grote schermen te gebruiken, vier LED-schermen, 4,20 hoog, en dan drie staande schermen. Op die drie staande schermen komt hetzelfde werk steeds naast elkaar. Het is willekeurig geprogrammeerd, dus wordt het iedere keer net iets anders afgespeeld. Net als bij drie echte fonteinen, die doen nooit twee keer hetzelfde.’

Voor meer informatie over het Amsterdam Art Weekend en de schermen van Rafaël Rozendaal, klik hier.

Interviews

Kunstenaar Jesper Just: ‘Als je steeds maar dezelfde stereotypes in films ziet, ga je je er dan ook naar gedragen?’

Interviews

Modeontwerper Isabell Schulz: ‘Ik wil dat mijn ontwerpen een verbinding aangaan met de ruimte’

Interviews

Filmmaker Cao Guimarães: ‘Ik zal het leven altijd verkiezen boven kunst’

Celluloid

Interviews

Kunstenaar Jeroen van Loon: ‘Ik kan iedereen een digitale detox aanraden’

Celluloid

Shortreads

Vijf tips om naar een filminstallatie te kijken

Interviews

EXPOSING | Jaap Guldemond