Regisseur Wang Bing: ‘Er waren alleen aardappelen. Dus die aten we.’

Door Timo Koren op

De Chinese filmmaker Wang Bing legt de rafelranden van het hedendaagse China vast. In zijn documentaires volgt hij onder andere fabrieksarbeiders, kinderen die door hun ouders zijn verlaten, jongeren die naar de stad trekken op zoek naar werk en oorlogsvluchtelingen. Tezamen zijn ze een portret van het snel veranderende China van nu, waar toenemende welvaart en schrijnende armoede twee kanten van dezelfde medaille zijn. Voor dat werk kreeg hij gisteren de Eye Art & Film Prize, voor een regisseur die zich op het grensvlak begeeft tussen film en kunst.

Wang Bing (rechts) neemt de prijs in ontvangst. Foto: Floris Heuer.

Het hedendaagse China

‘China is veranderd, het is minder communistisch geworden,’ vertelt de filmmaker. ‘Er is meer vrijheid dan eerst, maar we zijn er nog lang niet. Wat je ook merkt: het oude systeem werkt niet meer, maar er is ook geen alternatief. China verandert onder druk van de internationale gemeenschap, niet vanuit zichzelf. Er is daardoor weinig toekomstperspectief: er is geen systeem waar we naartoe werken. Arme mensen worden door de overheid niet gesteund, kunstenaars mogen niet te kritisch zijn. Daardoor worden we nog steeds beperkt.’

Dat is de context waarin Wang Bing filmt. Hij schrikt er niet voor terug om mensen dicht op de huid te zitten, soms op het ongemakkelijke af. In Three Sisters (2012) volgt hij drie jonge meisjes tussen vijf en elf jaar in een afgelegen bergdorp op 3300 meter hoogte. Hun vader werkt in de stad, hun moeder is spoorloos. Hij volgt ze in hun alledaagse bezigheden. ‘Het was niet moeilijk om met ze in contact te komen,’ vertelt hij, ‘hun ouders gaven snel toestemming.’

Honger en hoogteziekte

Tijdens de eerste filmdag had de filmmaker honger. Maar hoe vertel je dat aan drie meisjes die zelf amper genoeg te eten hebben? ‘Het enige wat ze hadden waren aardappelen, dus die aten we. Doordat we samen aten raakten we aan elkaar gewend. Ik denk dat ze me uiteindelijk wel een aardige man vonden.’ Het brengt tegelijkertijd een dilemma met zich mee. Wang Bing maakt films die registreren, veel aan de interpretatie van de kijker overlaten. Maar naast filmmaker ben je ook mens. Kun je dan wel drie kinderen aan hun lot overlaten?

Wang Bing, Three Sisters, 2012. Still. Copyright: Asian Shadows.

‘Ik hielp ook,’ vertelt hij, ‘ik gaf ze eten en kleren. Niet alleen aan de drie meisjes, maar aan het hele dorp.’ Maar als filmmaker is wat je kan doen beperkt: ‘De film vertelt het echte verhaal van hun leven, maar ik kan hun leven niet veranderen. Daarom vraag ik me soms af waarom ik films maak, omdat ik mensen daar niet mee kan helpen. Ik ben maar een individu en zit wat dat betreft net als mijn personages gevangen in een systeem. Het enige wat ik kan, is hopen dat mijn films gezien worden.’

Hij heeft dan ook nog steeds contact met de ouders van de drie zussen, hoewel hij niet meer terug is geweest naar het dorp. Na vijf dagen kreeg Wang Bing last van hoogteziekte. Als hij het over de fysieke ontberingen tijdens de opnames heeft, klinkt hij opvallend laconiek. Tegelijkertijd zijn ze een onlosmakelijk onderdeel van de films die hij maakt. Zijn personages leven in barre omstandigheden. Soms is het mogelijk om dichtbij te blijven, zoals tijdens Three Sisters, toen hij ook in het dorp sliep.

De grenspolitie omzeilen

Maar soms is dat lastiger: in de film Ta’ang volgt hij de gelijknamige Birmese minderheid, die op de vlucht is voor een burgeroorlog. ‘Ik kon daar niet blijven slapen, dus moest ik ’s nachts de grens weer over om in een hotel te kunnen overnachten. Maar ik moest wel de controle omzeilen, want ik wilde niet dat de grenspolitie zou weten dat ik aan het filmen was. Dus als ik de grens passeerde, moest ik ervoor zorgen dat ik mijn camera’s verborgen hield.’

Hij klinkt als iemand die zich niet snel van de wijs laat brengen. Honger, angst, emoties die opspelen: tijdens de opnames zijn het geen redenen om te stoppen, eerder een motivatie om door te gaan. ‘Het lukt me altijd om dat soort problemen snel op te lossen, ze staan het filmproces nauwelijks in de weg. Uiteindelijk is het allergrootste probleem nog altijd financiële steun. Dat je nooit genoeg geld hebt om je films te maken belemmert je creativiteit het meest.’

De EYE Art & Film Prize, een initiatief van EYE en het Paddy & Joan Leigh Fermor Arts Fund, heeft als doel jaarlijks een kunstenaar of filmmaker te ondersteunen wiens werk op een buitengewone wijze heeft bijgedragen aan nieuwe ontwikkelingen op het grensvlak tussen kunst en film.

Coverbeeld: Wang Bing, Ta’ang, 2016, still. Copyright: Asian Shadows.

Interviews

Avo Kaprealian en Hello Psychaleppo over vluchten voor de Syrische oorlog en kunst maken in een nieuw thuisland

Interviews

EXPOSED sprak de legendarische filmmaker Béla Tarr: ‘Ik wil mijn lelijke bullshit vieren’

Longreads

Dit zijn de films die iedereen nodig heeft in 2017

Interviews

Regisseur Mijke de Jong: ‘Ik film graag de rafelranden van dit land’

Interviews

EXPOSING | Jaap Guldemond

Interviews

Morgan Knibbe