Kunstenaar Pleun van Dijk: ‘Waar begint mijn lichaam als mens, individu, en waar houdt het op?’

Door Madé van Krimpen op

Met sprankelende ogen vertelt multidisciplinair kunstenaar en ontwerper Pleun van Dijk over haar laatste project The Body Garden. Ze heeft één maand lang al haar lichamelijke afvalstoffen in verschillende plastic zakjes verzameld. Aanstaande zaterdagavond wordt het in EYE gepresenteerd. Pleun kan hierover eindeloos vertellen, en urenlang filosoferen. Subtiel probeer ik haar te onderbreken met de eerste vraag.

Wat kan je als ontwerper bijdragen aan een discussie over de houdbaarheid van het menselijk lichaam?

‘Wetenschappelijke ontwikkelingen blijven meestal heel abstract, dat geldt ook voor filosofie, terwijl ze juist zo belangrijk zijn. Ook als je kijkt naar de ontwikkelingen in de wetenschap over de mogelijkheden rondom het manipuleren van het menselijk lichaam. We kunnen er alleen niet zoveel mee, omdat we niet een visueel beeld of voorstelling kunnen maken van deze ontwikkelingen. In mijn werk probeer ik als tussenpersoon de abstractie van deze wetenschap visueel te maken. Door vorm te geven aan een bepaald scenario, is het makkelijker om erover te communiceren.’

‘Om dus terug te komen op je vraag: ik draag als ontwerper bij aan de discussie over de houdbaarheid van het menselijk lichaam door een abstract scenario visueel te maken. Het wordt dan tastbaarder. Hierdoor worden mensen geprikkeld om erover na te denken.’

Je bent zelf heel perfectionistisch, maar je werk gaat over imperfectie, hoe gaat dat samen?

‘Haha, dit is een soort struggle die ik de hele tijd heb, als maker en als persoon. Ik gebruik mijn perfectionisme als tool. Ik hou heel erg van het lichamelijke, en dat zie je ook in mijn werk. Het is heel vlezig, bijna sappig. Dit wil ik dan in een hele steriele en strak gepolijste context presenteren. Ik probeer op die manier de frictie, het onmogelijke, weer te geven. Het is dus een bewuste keuze dat ik dit contrast heel erg opzoek. Dit zie je bijvoorbeeld duidelijk terug in het project The Body Garden.’

Zie je overeenkomsten tussen jouw werk en dat van Jesper Just?

‘Ik vind het interessant om te zien hoe hij ook voor andere standaarden durft te kiezen. De houdbaarheid van de vrouw is daarbij een herkenbaar thema. Jesper Just neemt bijvoorbeeld een volwassen vrouw als hoofdpersoon in plaats van een vrouw tussen de 23 en 35. Hij kiest niet voor het perfecte en gepolijste lichaam, maar is juist opzoek naar een bepaalde rauwheid met meer karakter. Er zit schoonheid in een lijf en gezicht dat meer geleefd heeft. Het is dan wel fijn om naar jonge acteurs te kijken in een film of theaterstuk, maar er mist bij hen nog een bepaalde diepte. Hoe ouder de acteurs worden, hoe meer expressie je kan zien.’

‘Zijn film A Question of Silence, waarbij een been van een vrouw afbreekt, heeft iets surrealistisch, bijna absurdistisch. Mijn werk is iets futuristischer, zijn werk iets poëtischer. De uitvoer is misschien net anders, maar ik zie daar wel een link in. Een perfecte setting creëren, en daar tot in detail perfect mee omgaan.’

In je project ‘The Body Lab’ onderzoek je het menselijke afval, wat was je meest verrassende resultaat?

‘Hmmmm… Je wordt je heel erg bewust van alle afvalstoffen die je lichaam continu verliest. Ik dacht bij iedere haar op de grond: “Hé, is dat mijn haar? Hmmm… Misschien ligt deze haar hier al heel lang.” Het kon ook voorkomen dat ik een nagel op de grond zag liggen die niet van mij was. “Van wie is die nagel dan wel?”’

‘Ik vond het ook heel interessant dat er zo gek op het project werd gereageerd. Waarom is er zo’n aversie tegen lichaamsafval, terwijl dit heel natuurlijk is? We vinden het blijkbaar prima dat een nagel heel lang aan je vingers of tenen groeit. Maar een nagel op de grond of een haar in een doucheputje: blehg!’

‘Ik had zelfs een dagboek waarin ik mijn toiletbezoeken bijhield. Ik had dus ook foto’s van al die toiletbezoekjes. Totaal normaal. Ik ben helemaal niet vies van mijn eigen lichaam, of van het lichaam van iemand anders. De buitenwereld had daar wel last van. Als mensen langs mijn tafel met samples liepen kreeg ik vaak te horen: “Bah, wat is dat?”’

‘Vorige week heb ik bijvoorbeeld op maandagochtend een gastcollege gegeven bij Fontys. Ik merkte door de spontane stiltes en geroezemoes, dat er iets was. Ik besefte pas later: “Oh, het is natuurlijk maandagochtend. En ik laat foto’s zien van mijn eigen lichaamsafval, heb groot mijn schaamhaar op de beamer geprojecteerd, en  zoom daarna in op mijn bloed.” Het is heel grappig om te merken hoe je zelf een project zo kan omarmen en het absoluut niet vies kan vinden, terwijl de buitenwereld er heel anders op reageert.’

‘In Kopenhagen heb ik een kort project gedaan waarbij ik textiel van mensenharen maakte. Ik had een kastje naast mijn bureau waarop ik paardenstaarten van allerlei verschillende mensen op kleur rangschikte. Ik had echt heel veel haar verzameld, bizar veel. Iedereen vond het akelig, vies en raar. Ik kon alleen maar denken: “Wauw, dit is zulk mooi materiaal. Kijk die glans, kijk hoe sterk het is.” Ik zag al die paardenstaarten als heel waardevol materiaal, een hele mooie grondstof. Dit begreep de buitenwereld totaal niet.’

‘Dat is precies het punt van mijn projecten. Ik vind het raar dat we lichaamsafval buiten onszelf plaatsen, terwijl het gewoon onderdeel is van ons lichaam. Het is onderdeel van ons mens zijn. We willen heel graag haar hebben op een bepaalde plek, maar ergens anders vinden we het vies en willen we het weghalen. Het is een heel gekke contradictie.’


In toekomstig project ga je iets doen met een generatie klonen. Kan je daar wat meer over vertellen?

‘Ik ben afgestudeerd op twee projecten: de installatie Reborn en het onderzoek The Body Garden. Voor Reborn onderzocht ik of we in staat zijn om onszelf te reconstrueren. We zijn namelijk beter geworden in het deconstrueren van de mens. Ik heb hierover mijn scriptie geschreven. Dit is vervolgens uitgebracht als boek met zowel beeld als tekst.’  

‘Mijn nieuwe projecten zijn allemaal zijtakjes van mijn afstudeerprojecten. Ik wil voor mijn nieuwe project gaan inzoomen op de reproduceerbaarheid van de mens. Hoe gaan we ons in de toekomst voortplanten? Waar komt onze droom van een zelf kopie vandaan? Hoe maak je deze zelf kopie?’

‘Wanneer ik een kopie van mezelf maak wordt dat een nieuwe realiteit. Een kopie van die kopie wordt ook weer een nieuwe realiteit. Wat gebeurt er met de vorm als ik steeds meer kopieën maak? Waar begint mijn lichaam als mens, individu, en waar houdt dat op? Wanneer wordt het zo abstract dat we geen mens meer zijn. Waar ligt de grens?’

Op 16 december organiseert EXPOSED de opening van de Jesper Just-tentoonstelling in EYE. De tentoonstelling is van 17 december 2017 tot en met 11 maart 2018 te zien.

Interviews

EXPOSED interviewt op IDFA: ‘Op basis van je facebookdata kreeg iedereen een pilletje…’

Interviews

Modeontwerper Isabell Schulz: ‘Ik wil dat mijn ontwerpen een verbinding aangaan met de ruimte’

Interviews

Filmmaker Cao Guimarães: ‘Ik zal het leven altijd verkiezen boven kunst’

Celluloid

Interviews

Kunstenaar Jeroen van Loon: ‘Ik kan iedereen een digitale detox aanraden’

Celluloid

Shortreads

Vijf tips om naar een filminstallatie te kijken

Michelangelo Antonioni

Interviews

Exposing: performance artist Lisette Ros