Regisseur Bram Schouw: ‘Ik wil niet naar Hollywood. Ik wil dat we met de Nederlandse film de wereld veroveren.’

Door Timo Koren op

In Broers schuwt regisseur Bram Schouw romantiek niet. We volgen de broers Lukas en Alexander – de eerste schuchter, de tweede roekeloos – tijdens een spontane roadtrip naar Frankrijk. We zien ze vaak ’s nachts in sfeervolle, geelblauwe tinten of in het gouden licht van de schemering. Toch is de film nog iets donkerder en wranger dan Sevilla, de korte film waarmee Schouw een aantal jaar terug een Gouden Kalf won. Maar bovenal laat Broers aan het grote publiek zien dat Nederland een eigengereide filmmaker rijker is. Daarom sprak ik met hem af.

‘Er is een soort aangeboren scepsis voor de Nederlandse film,’ begint Bram Schouw, nog voor ik een vraag heb gesteld. ‘In Frankrijk is het zo: daar willen ze een film zien juist omdat ‘ie Frans is, maar in Nederland sta je al gelijk 1-0 achter. Zo van: als ‘ie Nederlands is, hoef ik hem niet te zien. Nu heb je veel grote publieksfilms, en artistieke films die op duizend bezoekers blijven steken. Dat is hartstikke zonde, want ik denk echt dat er de afgelopen jaren hele mooie Nederlandse films zijn gemaakt. Neem Prins: die film heeft het hartstikke goed gedaan, zeker op internationale filmfestivals, maar voor het grote publiek blijft het toch een nichefilm.’

Het sobere en ingetogene loslaten

‘Wij hebben Broers niet gemaakt vanuit het idee: hoe bereik je een zo groot mogelijk publiek? Het komt volledig voort uit onze noodzaak om dit verhaal te vertellen. We hebben altijd de wens gehad om een film te maken die het grote gebaar niet schuwde. Filmmakers die mij inspireren zijn Jacques Audiard, Alejandro González Iñárritu of Susanne Bier. Ik heb vooral bewondering voor de durf die ze aan de dag leggen: ze zijn niet bang om vet te vertellen. Als emotie overgaat in sentiment, vlieg je uit de bocht. Maar als dat soort films in de bocht blijven, raken ze me enorm. Ik was altijd geneigd om het sober en ingetogen te houden. Ik heb echt een film als Babel nodig gehad om dat los te laten.’

‘Broers is niet autobiografisch, maar wel persoonlijk. Het is een mix tussen hoe ik en mijn broer zich tot elkaar verhouden en wat ik in bepaalde vriendschappen heb leren kennen. In de film zijn de verschillen tussen de broers meer uitgesproken, de personages grilliger en de fricties groter. Sevilla is meer een situatiefilm, een film die leunt op een universeel gevoel van onbezorgde jeugdigheid. In Broers komen de verschillen tussen de broers veel meer bloot te liggen. Alexander, de roekeloze, de rebel, heeft een soort ongrijpbare energie. Daar gaat de film over: over dat soort Icarus-achtige jongens, zowel de negatieve als positieve aspecten daarvan. Om dat te kunnen vertellen had ik de lengte van een speelfilm nodig: je moet iemand leren kennen om hem ongrijpbaar te laten zijn.’

Op zoek naar de twee broers

‘De zoektocht naar Alexander was een ingewikkelde. Ik geloofde niet dat je die energie zou kunnen spelen. Niels Gomperts, die uiteindelijk de rol speelt, is niet een-op-een zichzelf, maar we hebben wel geput uit zijn karakter. Hij heeft iets dierlijks, iets eerlijks. Iemand die van alles begint en niks afmaakt. Ik heb de hele werkmethode van het draaien aangepast op Niels, om hem te laten excelleren. We hebben veel geïmproviseerd. En als ‘ie stoned was, was hij ook echt apestoned. Als hij op een dakrand ging staan, stond hij ook echt op een dakrand. Als hij 170 op de motor rijdt zonder helm, doet hij dat ook echt. Het was heel spannend, want we waren ineens verantwoordelijk voor de roekeloosheid die hij in zich draagt.’

‘Lukas was een ander verhaal. Het was makkelijk geweest om iemand te casten die van nature heel schuchter is. Maar Jonas Smulders, die de rol speelt, is dat helemaal niet. Hij is van zichzelf een hele uitgesproken persoonlijkheid. Dat vond ik juist interessant: als je hem die ingetogenheid laat spelen, voel je de kracht achter dat schuchtere masker. Al in het begin denk je als kijker: doe nou, sla met je vuist op tafel, kom voor jezelf op. Ik vond Jonas’ leeftijd ook belangrijk. We hebben een lange productieperiode gehad en ik hoopte dat je hem echt zou zien veranderen. Van je twintigste naar de eenentwintigste is een hele grote sprong, je ziet dat mensen een bepaalde fonkeling in hun ogen kwijt raken. Het is een kantelpunt: dat je het gevoel van onsterfelijkheid dat je hebt als je jong bent, kwijtraakt. De fysieke verandering die Jonas doormaakte was echt een onderdeel van het maakproces.’

Hoe chaotischer, hoe dichter je bij het echte leven zit

‘Zo zie ik dat het liefst: als een film over het leven gaat, moet het leven daar ook onderdeel van zijn. Ik heb weleens projecten gehad die heel strak waren, bijna wiskundig: elk kopje moest heel precies worden neergezet, zodat het vanuit elke camerahoek op de juiste plek stond. Maar die manier van werken heb ik in onze film kapot proberen te maken. Ik wilde onszelf blijven verrassen. Soms vertelde ik de cameraman niet precies wat we gingen filmen. Vaak namen we op tijdens de schemering, dan moet het in twintig minuten gebeuren. Als het tijdens de opnames sneeuwde of regende wilde ik daar ook echt iets mee doen. Toeval en chaos zijn heel eng. Maar hoe chaotischer, hoe dichter bij je bij het echte leven zit. Dat kan alleen als je een film hebt waarbij je bepaalde imperfecties omarmt.’

‘Ik heb inderdaad een commercial met Morgan Freeman gemaakt, maar dat is geen flirt met de Amerikaanse film. Ik wil Nederlandse films maken. De oorsprong van een vertelling moet heel dicht bij jezelf liggen. Grappig genoeg zit ik bij ons volgende project nog een beetje op een tweesprong. Ik heb twee regisseurs waar ik veel inspiratie uit haal: Jacques Audiard en Joachim Trier. Maar in één ding verschillen ze volledig. Trier maakt altijd een film over zichzelf – zo’n in zichzelf gekeerde jongen. Louder than Bombs gaat eigenlijk over dezelfde jongen als Oslo, August 31., maar dan in Amerika. Maar Audiard maakt steeds uitstapjes: een gevangenisdrama, een film over vluchtelingen. En dat maakt hij zich dan helemaal eigen. Ik zit nu met de vraag hoe ik me daartoe verhoud. Of ik films moet blijven regisseren over mijn alter ego – Lukas draagt in Broers dezelfde blauwe polo’s als ik vroeger – of juist uitstapjes moet maken.’

De wereld veroveren

‘Dat soort keuzes spelen bij het maken van een tweede film. Met je debuut zet je een stip, maar als je vervolgens nog een stip zet, heb je een lijn. Je eerste film is ook een heel ander proces. Broers is een optelsom van vijftien jaar: heel vaak scenario’s herschrijven, allemaal doodlopende wegen inslaan die je nodig hebt om op te krabbelen, en uiteindelijk is daar de film. Het is als een cabaretier die al z’n hele leven een avondvullend programma wil maken. In z’n eerste show zit alles: van de grappen uit z’n jeugd tot nu. Als je twee jaar later met een nieuw programma moet komen, is dat heel anders. In dat proces zitten wij nu. Maar dat het antwoord hier ligt en niet in Hollywood, dat is me duidelijk. Ik verover liever met de Nederlandse film de wereld dan andersom.’

Broers gaat vanavond in heel Nederland in voorpremière tijdens De Nederlandse Filmnacht. Vanaf 1 juni draait de film de bioscoop.

Coverbeeld: Krijn Noordwijk.

Interviews

Filmmaker Cao Guimarães: ‘Ik zal het leven altijd verkiezen boven kunst’

Shortreads

Double Play: verhalenvertellers kunnen Nederland en de ABC-eilanden dichter bij elkaar brengen

Interviews

De mensen achter Roffa Mon Amour: ‘We willen bezoekers een reis in eigen stad aanbieden, door middel van films’

Interviews

Dollkraut: ‘Het conventionele, dat doet me weinig. Dat zegt me niet veel.’

Interviews

Regisseur Mijke de Jong: ‘Ik film graag de rafelranden van dit land’

Interviews

Morgan Knibbe