Omdat ‘Show, don’t tell’ niet altijd werkt: mijn vijf favoriete filmmonologen

Door Randa Peters op

Op de Filmacademie wordt er altijd een beetje huiverig gedaan over te veel dialoog. ‘Show don’t tell’, is een van de eerste lessen die men krijgt bij het scenarioschrijven. Daar zit natuurlijk een stevige kern van waarheid in, dat weet ik ook wel. Maar, ik schrijf het nog maar eens neer, we moeten de kracht van taal nooit vergeten. Ook niet in film. Misschien is het omdat ik nu eenmaal meer een taaldenker dan een beelddenker ben, maar niets roert mij meer dan een stuk goed geschreven en gespeelde tekst in films. Een kijkje in de binnenwereld van een personage of het hoofd van een filmmaker raakt me het hardste in taal. Een stukje tekst dat er voor zorgt dat een personage recht je hart in lult. Een wijsheid, een kijk op het leven, iets dat je als mens mee kunt nemen, bij je kunt dragen, troost kan bieden.

In The History Boys (2006) van Allen Bennett zegt een van de docenten tegen zijn leerlingen:

‘The best moments in reading are when you come across something – a thought, a feeling, a way of looking at things – which you had thought special and particular to you. Now here it is, set down by someone else, a person you have never met, someone even who is long dead. And it is as if a hand has come out and taken yours.’

Hetzelfde kan gebeuren tijdens het kijken van een film. Een personage geeft woorden aan iets; een gevoel, een levensvisie, een moment. En plots voelt het alsof de filmmaker je recht aan kijkt, zijn of haar hand op je schouder legt en even ben je iets minder alleen op de wereld. Het kunnen korte zinnetjes zijn.

Altijd wanneer ik rond een uur of twee ‘s nachts over de Oudezijds Voorburgwal fiets hoor ik bijvoorbeeld Travis Baker uit Taxi Driver (1976) zachtjes in mijn oor fluisteren: ‘Someday a real rain will come and wipe this scum of the streets‘. En er zijn momenten geweest van ontzettende verliefdheid waarbij enkel Alabama uit True Romance (1993) woorden kon geven aan wat ik dacht als ik naar mijn geliefde keek: ‘I look back and I’m amazed how my thoughts were so clear and true. That three words went through my mind endlessly. Repeating themselves, like a broken record. You’re so cool. You’re so cool. You’re so cool.’ Soms is het heel prettig als iemand anders woorden kan geven aan een gevoel dat jij zelf hebt. Hier de vijf monologen in films waar dat voor mij gebeurde. Monologen waar ik me aan vastklamp, die mij troost bieden, inzicht gaven of waar ik het loeiend eens ben met een personage.

Frances Ha (2012, scenario: Noah Baumbach en Greta Gerwig, regie: Noah Baumbach)

Ik moet vaak aan deze monoloog denken tijdens de vele cafégesprekken met vrienden die weer uitmonden in gesprekken over mijn favoriete onderwerp: de liefde. Frances stuntelt deze hele film lang vertederend het leven door. De film is de ultieme troost voor wanneer je twijfelt aan je eigen kunnen, of je wel bent op de plek waar je moet zijn en wanneer je je afvraagt of mensen van 25 niet al een vaste baan moeten hebben. Frances weet het ook niet en dat is heel prettig om naar te kijken. Wat Frances wel weet, is wat ze wil uit een relatie. In deze scène omschrijft ze dat prachtig. Ze vervalt niet in eisen aan een mogelijke partner, maar omschrijft heel treffend een verlangen naar een bepaald moment of gevoel in liefde. Het verlangen gezien te worden, een partner in crime te hebben en je geliefd en veilig te voelen. Het verlangen om iemand te hebben in het leven en oog contact maken op een feestje ‘because that is your person in this life’.

Reality Bites (1994, scenario: Helen Childress, regie: Ben Stiller)

Wanneer het leven een beetje tegen zit, de dagen te kort duren, de nachten te lang en je tegen existentiële crisis aanhikt, luister dan naar Ethan Hawke als Troy Dyer in Reality Bites. Dat doe ik tenminste. Met een cynische blik valt er misschien te zeggen dat het niet veel meer is dan een veredeld steigerhouten Live-laugh-love-bord van de Xenos, maar clichés zijn er met een reden. Omdat ze ook een beetje waar zijn, namelijk. En wie de ironie even naast zich neerlegt moet ook bekennen dat een dag leven, lachen en liefhebben best een mooie dag oplevert.  Zo kan het ook nooit kwaad om inderdaad eens plezier te halen uit de details van het leven. ‘It’s all just a random lottery of meaningless tragedy and a series of near escapes. So I take pleasure in the details.’ Hij heeft gelijk. Wanneer het leven wat teveel wordt denk ik vaak aan deze scène. ‘I sit back, I smoke my camel straights, and I ride my own melt.’

Girls Se01E04 (2012, scenario: Lena Dunham, regie: Richard Shepard)

Liefdesverklaringen in films weten me altijd kippenvel te geven. De mooiste vind ik die waarin gestunteld wordt, waar personages weten dat we niet in een wereld leven waar lang en gelukkig vanzelfsprekend is. Het is een beetje valsspelen, want deze komt uit een serie. Deze monoloog is absoluut geen klassieke liefdesverklaring. Het is niet honingzoet en ook niet onvoorwaardelijk. In feite komt Hannah juist zeggen dat ze Adam niet meer wil zien, maar tegelijkertijd voel je aan alles dat ze hem juist heel graag wil zien. Ze probeert voor haar eigen hart op te komen, maar faalt, ondanks haar scherpe woorden. Herkenbaar voor iedereen die een moeilijk mens ooit onweerstaanbaar heeft gevonden. In talloze gesprekken met vrienden over de moeizame liefdesrelaties die we als twintigers veelvuldig hebben quote ik regelmatig stukjes uit deze monoloog. ‘I don’t even want a boyfriend. I just want someone who wants to hangout all the time and thinks I’m the best person in the world and wants to have sex with only me.’

Before Sunrise (1995, scenario: Richard Linklater en Kim Krizan, regie: Richard Linklater)

In de Before-trilogie van Richard Linklater wordt wat afgeluld. De personages overpeinzen elkaar, het leven en de liefde aan de lopende band. Alle drie de films behoren tot mijn favoriete films door de onuitputtelijke bron aan huis-tuin-en keukenreflectie. In Before Sunrise ontmoeten Jesse en Céline elkaar voor het eerst. In lange gesprekken leren ze elkaar en elkaars kijk op het leven kennen. In een van die gesprekken omschrijft Céline impliciet een levenshouding die ik altijd probeer na te streven. ‘If there’s any kind of magic in this world, it’s in the attempt of understanding someone sharing something.’ Uiteindelijk moet het leven daar geloof ik een beetje om gaan, de zoektocht naar wezenlijk contact.

Rundskop (2011, scenario: Michaël R. Roskam, regie: Michaël R. Roskam)

Ook dit stuk tekst duikt met ene regelmaat plots op in m’n hoofd. Met deze monoloog wordt de film Rundskop geopend. Het is poëtisch, verwoord hoe een mens niet kan ontsnappen aan zijn of haar trauma’s en is ook nog in prachtig Vlaams. ‘Gekloot zijt ge altijd.’ Het zinnetje blijft als een soort mantra in je kop hangen. Het is tegelijkertijd zwartgallig en geruststellend. Binnen de context van de film werkt deze opening prachtig. Pas wanneer je de hele film hebt gezien, en terugdenkt aan die monoloog van het begin valt het kwartje helemaal: we hebben even naar binnen gekeken in de geesteswereld van het gesloten hoofdpersonage, nog voordat we het wisten.

Shortreads

Goodfellas vs. Casino: wat is Scorsese’s beste maffiafilm?

Shortreads

De vijf mooiste Nederlandstalige filmdialogen

Longreads

De beste films om over een break-up heen te komen

Interviews

Film editor Nina Graafland: ‘Na mijn afstuderen had ik één dag vakantie’

Longreads

Liefde en taal in The Lobster

Woody Allen

Interviews

Shotje met Emanuelle Vos