Van het witte doek naar de white cube: in Jesper Justs werk vervagen de grenzen tussen film en beeldende kunst

Door Claire Hoogakker op

De Deense kunstenaar Jesper Just (Kopenhagen, 1974) is internationaal bekend geworden door zijn cinematografische werken waarin hij ambigue onderwerpen als gender, verlangen, relaties en identiteit onderzoekt. In de huidige tentoonstelling in EYE staan Justs grote ruimtelijke filminstallaties centraal. In het licht van die expositie vroeg ik me af waarom hij vooral als kunstenaar – en niet als filmmaker – wordt gezien. Zo realiseerde ik me dat de grens tussen film en kunst steeds verder is vervaagd: de beelden zijn getransporteerd van het witte doek naar de white cube.

Allereerst de vraag waarom Jesper Just als kunstenaar wordt beschouwd en niet als regisseur. Justs films zijn gedurende zijn gehele carrière voornamelijk tentoongesteld in musea in plaats van vertoond op het witte doek. Zijn filmwerken, installaties, architecturale ingrepen en live performances zijn onder meer te zien geweest in het Deense Paviljoen op de Biënnale van Venetië, in Palais de Tokyo in Parijs, op Performa 15 en op Time Square in New York. Just is gedurende zijn gehele kunstenaarschap bestempeld als ‘kunstenaar’, eerder dan als filmmaker, terwijl hij voornamelijk gebruik maakt van het medium film in zijn werk.

Een vals gevoel van zekerheid

Voor de filminstallatie Intercourses (2013), die zich afspeelt in een replicastad van Parijs in China, heeft hij inspiratie gezocht in werk van de grote Franse filmmaker Francois Truffaut – een van de hoofdfiguren van de Nouvelle Vague. Deze installatie laat zien hoe architectuur de verbindende factor tussen mensen kan zijn. Elke filminstallatie komt tot stand uit een grote filmproductie, bestaande uit professionele acteurs en een professionele crew voor licht, geluid en camera. Just maakt gebruik van een cinematografische taal en mechanismen die over het algemeen worden geassocieerd met grote bioscoopfilms: secuur en doordacht lichtgebruik, perspectief, compositie en beeld, en zorgvuldig samengestelde mise-en-scènes en tableaux vivants. Bovendien bezit hij een hypergevoeligheid voor het vastleggen van menselijke emoties en het goed overdragen hiervan op film. Hij vangt subtiele veranderingen in gemoedstoestanden; emoties als verdriet, melancholie en rouw, alsook complete emotieloosheid en onverschilligheid. Justs technieken en werkwijzen doen allereerst denken aan die van een grote filmmaker. Waarom wordt hij dan toch aldoor getypeerd als kunstenaar?

Wat onderscheidt Jesper Just van de grote filmmakers waarmee hij ook wel vergeleken wordt, zoals Luchino Visconti, Pedro Almodóvar en David Lynch? Een interessante observatie van kunsthistorica Hannah Barry is dat het bij Just niet draait om hoogstaande cinematografische productie die in dienst staat van het kunstwerk. Zij stelt dat zijn formele meesterschap en gemakkelijke, samenhangende verhaallijnen de toeschouwer een vals gevoel van filmische zekerheid geven, alsof ze werkelijk in een bioscoop verkeren, een plek die ze kennen. Een plek die wellicht comfortabeler aanvoelt dan een kille museumzaal. Vervolgens gaat Just in tegen zulke aannames, stelt Barry, en manipuleert hij geaccepteerde cinematografische tendensen en toont hij aan dat een te gladde styling en te doorzichtige karakters een dun laagje vormen voor kunstwerken waarvan het hart een verontrustende en intens menselijke beoordeling van mannelijkheid is.

De grenzen tussen video/film en kunst zijn überhaupt vervaagd de afgelopen decennia. Langzaamaan zijn video en film getransporteerd van het witte doek naar de white cube. In de jaren negentig was videokunst nog een gemarginaliseerde kunstvorm. Tegenwoordig kun je nauwelijks een biënnale of (hedendaags) kunstmuseum bezoeken zonder op een videowerk te stuiten. Na mijn bezoek aan de Venetië Biënnale schreef ik een tijd terug nog dat film- en videokunstliefhebbers hun hart konden ophalen bij de 57e editie van de Biënnale van Venetië, wegens de overvloed aan videowerken. Sterker nog: ik beweerde dat film- en video-installaties tot het beste behoorde van wat er te zien was. Er waren opvallend veel video-installaties te zien vergeleken met voorgaande edities, en dit lijkt ook alsmaar cumulatief toe te nemen. Daarnaast verandert de museumervaring langzaamaan mee in een bioscoopervaring; regelmatig wordt de museumbezoeker voorzien van tapijt, kussens, comfortabele bankjes of zelfs zitzakken waar je uren in kunt wegzakken. De positie van videokunst en daarmee de beleving ervan is de laatste decennia enorm onderhevig geweest aan (positieve) verandering. Zo wordt het onderscheid tussen kunst en film en video en film en video en kunst steeds kleiner.

Van filminstallatie naar film?

Dat film en video toch twee hele andere kunstvormen zijn, laat Manifesto (2015) treffend zien, de filminstallatie van Julian Rosefeldt met Cate Blanchett in de hoofdrol, die veelvuldig in het nieuws is geweest de afgelopen tijd. De grootse installatie bestaat uit dertien korte verschillende films, waarin Cate Blanchett dertien verschillende manifesten vertolkt als dertien verschillende personages, met manifesten van onder andere André Breton, Kazimir Malevitsj, Sol LeWitt en Jim Jarmusch. Toen Manifesto voor het eerst vertoond werd in Nederland tijdens het Holland Festival in Casco, Amsterdam, was de vertoning zoals in eerste instantie beoogd – als dertien aparte schermen, parallel en gelijktijdig vertoond. Niet lang daarna werd Manifesto getransporteerd naar het witte doek en plots gekarakteriseerd als ‘film’ in plaats van ‘filminstallatie’. Van dertien aparte schermen waarop ongeveer zeven minuten durende fragmenten gelijktijdig werden getoond naar één lange ‘speelfilm’ van 95 minuten. Wat doet dit met de beleving van een filminstallatie? Verliest het zo niet haar oorspronkelijke doel en waarden?

Daarom ben ik ook van mening dat videokunstwerken en filminstallaties in de juiste context en omgeving gezien moeten worden, en voorzien moeten worden van de juiste beleving. Jesper Justs filminstallaties bestaan voornamelijk uit grote schermen (soms zelfs van 25 meter breed) waar de bezoeker zich een weg door moet banen. Zo wordt het een interactieve en persoonlijke ervaring, en wordt zijn werk op een andere manier beleefd dan, stel, het zou achter elkaar gemonteerd worden en je zou het rustig vanuit je luie bioscoopstoel in je opnemen. Jesper Justs’ filminstallaties moeten en kunnen naar mijn idee slechts ervaren worden als filminstallaties, als kunst, niet als achter elkaar gemonteerde korte films.

In een interview met EXPOSED beschreef Jesper Just het volgende over het verschil tussen cinema en musea: De impact van kunst is kleiner, maar toch maak ik liever gebruik van de context van het museum. Als je iets in een museum plaatst, gaan mensen vragen stellen en dat is precies wat ik beoog.’ Het lijkt erop dat Jesper Just op een slimme en doordachte manier het beste uit beide werelden pakt en samenvoegt om zijn doel te dienen. Dat is: het toegankelijke en daarmee impactvolle karakter van film in een bioscoopcontext laten versmelten met het intellectuele en bevragende karakter van kunst in een museumcontext. Met als doel: zijn boodschap(pen) en aangesneden globale zaken op een zo toegankelijke, maar tegelijkertijd beschouwende manier presenteren, zodat de beschouwer niet fluitend de bioscoopzaal uitloopt, maar hopelijk nog een tijdje zal reflecteren op wat hij of zij zojuist gezien heeft.

Het gebouw binnenstebuiten keren

Een van de terugkerende thema’s in Just’s oeuvre is gender. Tegenwoordig is gender – en de bijbehorende definitie en betekenis ervan – een verhit en veelvuldig bediscussieerd thema. Jesper Just heeft zijn kunst gebruikt om deze kwesties aan te snijden en significante culturele en sociale discussies aan te zwengelen. Dit doet hij gewapend met cinematografische bekwaamheid, slimme formele apparaten en een talent voor het vertellen van verhalen. Zo ontmantelt hij vele verbijsterende vooroordelen over mannelijkheid en intermenselijke relaties. Hij gebruikt zijn kunst als kernachtig en machtig wapen, en in deze context moet het ook zeer zeker bekeken worden naar mijn idee.

Jesper Just heeft ook het concept van de white cube aangehaald in hetzelfde interview voor EXPOSED. Zo beschreef hij zijn gedachtegang en werkproces tijdens het maken van zijn installatie Intercourses voor het Deense paviljoen tijdens de Biënnale van Venetië van 2013. Hij had het gevoel dat het modernistische gebouw van het Deense paviljoen gemaakt was voor een bepaalde soort kunst, veelal sculpturaal werk, en dat hij de dynamiek moest herschikken en het gebouw binnenstebuiten moest keren om het zich eigen te maken. De deuren waren gesloten, en lopende door de tuin en door de ramen heen kijkend was het onduidelijk of het een zojuist opgetrokken of afgebroken gebouw was. Dezelfde vragen die worden opgeroepen als je door een Chinese replicastad loopt – zoals verbeeld in Intercourses. Het idee van verplaatsing trok hem aan, net als de niet te duiden spanning tussen bespeelde perceptie en de geconstrueerde werkelijkheid. Niets is dat het lijkt; dit geldt voor Jesper Justs werk, maar ook voor de wereld zelf.

Voor mij bevestigt dit alles des te meer dat Jesper Just geen ‘typische’ filmmaker is die slechts werkt met film op het witte doek, evenmin als dat hij slechts een ‘karakteristieke’ kunstenaar is die werkzaam is binnen de vier muren van de white cube. De globale kwesties die Just aansnijdt zijn kwesties van onbegrensde spanwijdte, die zowel het medium film als kunst an sich overstijgen. Bovendien ontstijgt zijn werk het concept van de white cube – letterlijk en figuurlijk. Hij treedt buiten de fysieke en metaforische grenzen, op een interdisciplinaire en onbegrensde manier, om maar zijn doelen te bereiken. Het is geen kwestie meer van stereotypering of hokjesdenken; het is een kwestie van impact en bewustzijn creëren, iets teweegbrengen in de samenleving en vragen oproepen. Ik kijk ernaar uit om deze werken tussen (en buiten – letterlijk en figuurlijk) de muren van EYE tot hun recht te zien komen, en vervolgens naar buiten te lopen met een boel verse vragen in mijn hoofd. Want naar mijn mening is dit precies wat de wereld nu nodig heeft.

Beeld: Hans Wildschut, tentoonstelling Jesper Just in EYE.

De tentoonstelling van Jesper Just is nog tot 11 maart 2018 in EYE te zien.

Gerelateerd aan evenement

Opening Jesper Just

Gerelateerd aan evenement

Opening Jesper Just

Ryoji Ikeda

Overview

Ryoji Ikeda, Rei Naito en de Japanse kunst van het sublieme: van natuurfenomeen tot pixelpatroon

Interviews

Kunstenaar Jesper Just: ‘Als je steeds maar dezelfde stereotypes in films ziet, ga je je er dan ook naar gedragen?’

Longreads

Deze zes video-installaties behoren tot het beste wat er tijdens de Biënnale van Venetië te zien is

Shortreads

Manifesto: als kunstenaarsmanifesten gespeeld worden door een dakloze, gaan ze surreëel klinken

Celluloid

Shortreads

Vijf tips om naar een filminstallatie te kijken

Robby Müller

Longreads

Da Vinci, Vermeer of Hopper? Robby Müller is het allemaal