Waarom gedeelde superheldenfilms gevaarlijk zijn

Door Thijs Brandhof op

Comics doen het al jaren: een ‘shared universe’, waarin de avonturen van superhelden zich allemaal in hetzelfde universum afspelen. Maar nu is het Hollywoods nieuwe gimmick en dé manier om een mega-franchise op te zetten. Goed plan?

Met het verschijnen van de film Iron Man, in 2008, was het ‘Marvel Cinematic Universe’ geboren. Concreet betekent dit dat alle Marvel Studio-films – naast Iron Man onder andere The Incredible Hulk en Thor – bijdragen aan dezelfde continuïteit. Elk avontuur speelt zich dus af in één universum, wat betekent dat personages uit de verschillende films elkaar kunnen ontmoeten. En als dat gebeurt, dan is dat een event, zoals bij The Avengers (2012). Met dit model, bedacht door Marvel-opperhoofd Kevin Feige, heeft de studio goed geboerd. 

Iron Man werd positief ontvangen door zowel publiek als critici en harkte wereldwijd zo’n 600 miljoen dollar binnen. Hoewel The Incredible Hulk (2008) het wat minder deed, scoorden Thor en Captain America: The First Avenger (beide 2011) wel weer goed. Respectievelijk haalden ze zo’n 400 miljoen en 450 miljoen dollar op. En toen kwam The Avengers; met anderhalf miljard een groot succes.

Dus bleef de studio films maken. Inmiddels zijn er dertien verschenen en staan er nog negen op de planning. En dan hebben we het nog niet eens over de Netflix-series die zijn voortgekomen uit Marvel Studios’ aanpak: Daredevil, Jessica Jones en binnenkort Luke Cage, Iron Fist, The Punisher en uiteindelijk The Defenders, waarin al deze tv-superhelden samenkomen. Spot je het patroon al?

Keep ‘em coming
Het is een slim systeem: elke film introduceert elementen die je nieuwsgierig maken naar de volgende film. En die volgende film… die snap je het beste als je alles daarvoor op de voet hebt gevolgd. Zo ontstaat een web waarin alles verband met elkaar houdt en je het publiek keer op keer terug laat komen. Wat daar natuurlijk wel bij gezegd moet worden, is dat dit niet zou werken zonder kwaliteit en duidelijke visie. Wat ons weer terugbrengt bij Feige: hij overziet het maakproces en let erop dat alles bij elkaar past, zodat er geen narratieve fouten of grote tonale verschillen ontstaan.

En juist daar schuilt gevaar in: minimaal 22 films lang dezelfde “look and feel” kan gaan vervelen. Marvel probeert de boel fris te houden door steeds nieuwe personages te introduceren in films met een eigen smaakje – Captain America: The Winter Soldier (2014) was een jaren ’70-spionagethriller, Guardians of the Galaxy (2014) een komische space opera en Doctor Strange (die 26 oktober verschijnt) een hallucinatoire film barstensvol magie –, maar toch moet alles met elkaar stroken.

Dat zorgt ervoor dat regisseurs zich soms beperkt voelen; Edgar Wright zou Ant-Man (2015) regisseren, maar stapte op omdat hij zijn ei er niet in kwijt kon. En Joss Whedon was na het maken van Avengers: Age of Ultron niet te spreken over de studio-eisen. Een kwestie van individuele visie versus merkbewaking. En potentieel van originaliteit en verrassing versus eenheidsworst en verveling.

Mislukte concurrentie
Maar het werkt. Tot nu toe. Marvel Studios keek dan ook eerst of hun opzet en stijl aansloegen en toen pas denderde de trein voort. Concurrerende filmstudio Warner Bros. pakte het wat anders aan: waar Marvel rustig één voor één personages introduceerde en ze daarna pas samenbracht, wilde WB zo snel mogelijk hun ‘DC Extended Universe’ vestigen – gebaseerd op de stripboeken van DC Comics, onder meer bekend van Superman en Batman.

Ze zagen het succes van Marvel en voelden de tijd dringen, dus begonnen ze na Man of Steel (2013) meteen met een eigen formule: het introduceren van zo veel mogelijk andere personages en verhaallijnen. Zonder te weten of hun personages, stijl en ideeën wel aan zouden slaan.

En dat merk je aan de financiële resultaten en receptie. Batman V Superman: Dawn of Justice (2016) had dé knaller van WB moeten worden maar bracht 100 miljoen dollar minder op dan verwacht.  Dat verwacht je niet bij een film die de bekendste superhelden voor het eerst samen op het witte doek brengt. Maar de kritieken waren niet lovend en het publiek werd er niet warm van.

Geen helden, wel monsters
En momenteel is Suicide Squad (nu in de bioscoop) ook weer niet het onverdeelde succesverhaal waar WB op gehoopt had: financieel brak de film wel records, maar het publiek was verdeeld en critici kraakten de film zelfs; op recensiesite Rotten Tomatoes heeft de film maar een score van 26%.

Ondanks de wisselende successen kopiëren ook de andere grote studio’s het ‘shared-universe’-model. Met monsters. Dracula Untold en Tom Cruise’s The Mummy (release: 2017) moeten het begin zijn van een filmuniversum vol klassieke horroriconen. En ondertussen onderzoeken ook Sony en andere studio’s de gedeelde films. Want in een wereld waarin iedereen zo veel mogelijk geld wil verdienen, probeert elke studio na te doen wat goed werkt.

Thijs Brandhof is tekst- en communicatieman bij het contentbureau Mister Koreander. Hij ademt films en series. Kijkt hij niks, dan is hij op zoek naar het laatste nieuws of in-depth interviews. Zijn favoriete film is al jaren Donnie Darko.

Shortreads

The Force A-Woke-ens: hoe Star Wars diversiteit omarmde

Longreads

Dit zijn de films die iedereen nodig heeft in 2017

Longreads

Waarom ik de Trainspotting 2-trailer zo goed vind

Shortreads

Waarom ik nog steeds films koop

Longreads

Waarom films vol vrouwen vaak niet feministisch zijn

Longreads

Film versus cinema