Kom en zie: we willen geen oorlog

Door Bram de Ridder op

Bram de Ridder zag de Russische oorlogsfilm Kom en zie – een klassieker die de oorlog bijna fysiek ervaarbaar maakt. Dat roept vragen op. Het inspireerde Bram tot een subtiel essay over ontmenselijken, #MeToo, Apartheid en verdraagzaamheid.

Kom en zie is een weergaloze en afschuwelijke oorlogsfilm van de Russische regisseur Elem Klimov. De film is gemaakt in 1985, recent gerestaureerd en nu opnieuw uitgebracht door Eye. Beklemmend dichtbij getuigt de film van de ontmenselijking die plaatsvond tijdens etnische zuiveringen in de Tweede Wereldoorlog in Wit-Rusland door SS-legertroepen. Het is daarmee een tweeënhalf uur lang durende aanklacht tegen diezelfde ontmenselijking. Niemand is een held omdat niemand eraan ontsnapt. Vreselijk is het langdurig in beeld gebrachte branden van een afgesloten houten schuur volgepropt met mensen waar even blijmoedig als achteloos nog een baby bij wordt gegooid. Uit de ogen van de jonge hoofdpersoon verdwijnt in korte tijd al het leven omdat ze in korte tijd zoveel leven zien verdwijnen.

Kom en zie (1985) – Elem Klimov

Ik ben nu drieëndertig, ik was nul toen de film gemaakt werd, en ik heb geen oorlog aan den lijve ondervonden. Met die ogen kan ik de film bekijken. Dat is een privilege met de vanzelfsprekendheid van elk werkelijk privilege. Ik kan naar de bioscoop gaan en me na het zien van deze film ellendig voelen en er nu iets over schrijven. Toch voelt de film als een actuele waarschuwing. En laat ik maar kaal en onbeholpen opschrijven wat na-ijlt: ik wil geen oorlog.

De huidige polarisering die zich manifesteert op verschillende vlakken koppelen aan de etnische zuiveringen uit Kom en zie is glad en dun ijs. Misschien moet ik allereerst vaststellen dat deze film altijd een actuele waarschuwing zal zijn, ongeacht het tijdsgewricht. Omdat het vermogen tot ontmenselijking, paradoxaal genoeg, menselijk is. Wezenlijk aan ontmenselijking is dat het besef iets gemeenschappelijk te hebben met de ander volledig verdwijnt. Zo wordt het mogelijk de ander met benzine te overgieten en vervolgens in brand te steken zonder enige gewetenswroeging.

Ik ben nu drieëndertig en ik heb geen oorlog aan den lijve ondervonden. Met die ogen kan ik de film bekijken. Dat is een privilege met de vanzelfsprekendheid van elk werkelijk privilege.

Zelf ben ik nooit ook maar in de buurt van de aanvechting geweest iemand in brand te steken. Dat is misschien datzelfde privilege. Ongeacht wie er nu voor me zou staan, ik zou blussen. Maar toch: ontmenselijking is een gemene verleider die, eenmaal op het toneel, mensen gemakkelijk verandert in voor- en tegenstanders van.. elkaar.

Er zijn momenteel twee moeizame gesprekken waar ik geregeld aan deelneem en waar die verleider lonkt. Het ene gesprek gaat over Zwarte Piet. Het andere gesprek over MeToo. In theorie kan ik de moeizaamheid van de gesprekken verdragen, haar  noodzakelijk vinden. De moeizaamheid hangt samen met veranderende machtsbalansen, met emancipatie, met vanzelfsprekendheden die bevraagd worden: dat doet pijn. Vanaf enige afstand bekeken, is het groeipijn. Maar in de praktijk merk ik dat ik mensen kan categoriseren en zelfs afschrijven op basis van hun stellingname over deze onderwerpen, of subtieler nog: op basis van hun formuleringen en het gemakkelijkst: op basis van hun daden.

Kom en zie (1985) – Elem Klimov

In de slipstream en soms ook aan het front van deze discussies sluipt het Trumpiaanse ‘als je niet voor mij bent, ben je mijn tegenstander’. Je bent Goed of je bent Fout in deze oorlog, en daaraan gekoppeld: om foute mensen duidelijk te maken dat ze Fout zijn is elk middel geoorloofd. Dit zijn verschillende stappen richting ontmenselijking: eerst wordt iemand gereduceerd tot zijn of haar mening, huidskleur, sekse, gender, afkomst, religie, positie. Vervolgens wordt het verschil met de ander en het belang van dit verschil tot dusdanige proporties vervormd dat de ander niets meer is dan een tegenstander. En dan wordt toenadering onmogelijk, want elke beweging van een tegenstander is verdacht.

Onlangs luisterde ik naar een mooi gesprek met de Zuid-Afrikaanse dichter Antjie Krog. Ze beschreef een casus van een ongeletterde moeder, Cynthia Ngewe, die gedurende de Apartheid haar zoon had verloren. Hij was doodgeschoten door een witte man in opdracht van het Apartheidsregime. Ze stonden beiden voor de Waarheids- en Verzoeningscommissie. De vrouw zei dat ze het concept ‘verzoening’ begreep als de mogelijkheid dat de dader, de moordenaar, zijn menselijkheid weer terug kon krijgen. De dader was in staat geweest tot moorden omdat hij niet langer menselijk was op dat moment. In de verklaring stond: ‘Vergeving opent voor hem de mogelijkheid om te veranderen en zijn menselijkheid terug te krijgen. Het gemis van haar zoon heeft vanzelfsprekend ook haar eigen menselijkheid aangetast. Indien de moordenaar in het vuur van vergiffenis begint te veranderen en z’n medemenselijkheid herwint, geeft dat ons allen de mogelijkheid om weer aan te sluiten bij onze eigen volledige menselijkheid. Met andere woorden: ik vergeef jou zodat jij hier kunt veranderen, hier heel wordt.’

Kom en zie (1985) – Elem Klimov

In dit specifieke geval bleef de moordenaar achter zijn daad staan en weigerde hij te veranderen. Toch vind ik het voorbeeld indrukwekkend en inspirerend. Deze vorm van vergeving behoort blijkbaar ook tot de menselijke vermogens. Er wordt uitgegaan van een fundamentele verbinding tussen mensen. Tussen ieder mens en ieder ander mens. Deze verbinding kan veronachtzaamd of vernield worden wanneer mensen zichzelf en de ander reduceren tot hetgeen waarin ze verschillen. Maar deze verbinding kan ook weer hersteld worden, wanneer het lukt stil te staan bij wat de ander nog meer is dan hetgeen waarin verschild wordt. In de dagelijkse omgang zijn er, denk ik, veel momenten van reductie en momenten van herstel. De ruimte voor herstel zal kleiner worden naarmate de reductie langduriger, agressiever en meer geïnstitutionaliseerd plaatsvindt.

In Kom en zie wordt in elk geval duidelijk welke hel ontstaat wanneer die ruimte volledig is verdwenen. Wit-Russen zijn geen Duitsers en moeten daarom vernietigd worden. Daarop moeten Wit-Russen Duitsers vernietigen. Kom en zie trekt je tweeënhalf uur lang door deze hel en dat dit moeiteloos lukt, heeft alles te maken met de zeggingskracht én de esthetiek van de beelden, de scherpe details waarvan je na afloop merkt hoe indringend ze zijn binnengekomen. In ons allen huist een agressor, een dader, een slachtoffer, iemand die kan ontmenselijken en ontmenselijkt kan worden. Maar ook het vermogen van Cynthia Ngewe huist in ons. Het belang van de ruimte om jezelf en de ander als volledig mens te zien, juist in de dagelijkse strijd om rechten, meningen, vrijheden, is moeilijk te overschatten. We moeten dus die ruimte opeisen en elkaar die ruimte gunnen. Elem Klimov schreeuwt het ons toe: we willen geen oorlog.

Longreads

Achter de voordeur met Alex van Warmerdam

Interviews

Filmmaker Cao Guimarães: ‘Ik zal het leven altijd verkiezen boven kunst’

Interviews

Avo Kaprealian en Hello Psychaleppo over vluchten voor de Syrische oorlog en kunst maken in een nieuw thuisland

Shortreads

Het debat over Wonder Woman legt de verdeeldheid onder feministen bloot

Shortreads

Crash (1996) laat zien hoe porno esthetisch en filosofisch verantwoord kan zijn

Longreads

Dit zijn de films die iedereen nodig heeft in 2017